Reisverslag 2006

Hieronder volgt het reisverslag van onze vijfde reis naar het westen van de Verenigde Staten. Wij zijn Martin, Marianne, Judith (13 jaar) en Marijke (11 jaar). We vlogen op 16 juli 2006 vanaf Amsterdam naar Seattle, en op 16 augustus vlogen we terug vanaf San Francisco. De route zag er globaal als volgt uit:

Seattle -> Olympic National Park -> Mt St Helens National Monument -> Mount Rainier National Park -> Crater Lake National Park -> Lassen National Park -> Lake Tahoe -> Yosemite National Park  -> Kings Canyon / Sequioa National Park -> Los Angeles -> Las Vegas -> Death Valley National Park -> (wederom) Yosemite National Park  -> San Francisco.

Seatle_to_sf_2

In totaal hebben we gedurende deze 31 dagen zo'n 3800 mijl (ongeveer 6100 kilometers) gereden,  gemiddeld iets minder dan 200 kilometer per dag. We hebben 20 keer in een motel overnacht, 6 keer in een cabin op een KOA-cabin, 2 keer in een kruising tussen een cabin en motel kamer (in Sequoia NP) en 3 nachten in een tent-cabin (in Housekeepingcamp in Yosemite NP).

We hebben acht verschillende nationale parken bezocht, een helikoptervlucht boven het Mount St Helens National Monument gemaakt en een whalewatching-tour bij de San Juan eilanden bij Seattle gedaan. Behalve walvissen (en dolfijnen) hebben we tijdens onze vakantie ondermeer een beer (op twee meter afstand in het pikkedonker in het Yosemite National Park), arenden (in het Lassen National Park), een Olympic Bever (in het Olympic National Park), tientallen eekhoorntjes (in alle parken) en honderden muggen (in Mount Rainier National Park) gezien. We hebben zowel in de sneeuw gelopen (in Lassen National park) als in de gloeiende hitte van de woestijn (in Death Valley National Park). We zijn in vier grote steden geweest: Seattle, Los Angeles, Las Vegas en San Francisco. In Seattle hebben we de Duck Tour en de Underground Tour gedaan, in Los Angeles de filmstudios van Universal en Warner Bros Studio's (inclusief de filmsets van de Gilmore Girls en Friends) bekeken en in Las Vegas zijn we, behalve naar een aantal casino's en naar een shoppingmall, ook naar een buitengewoon grappige show van een zekere MacKing geweest. (Van San Francisco daarentegen hebben we alleen maar onze motelkamer en het vliegveld gezien.)

In South Lake Tahoe zijn we naar een openluchtconcert van Paul Simon geweest. Op diverse midgetgolfbanen hebben we om het kampioenschap van Amerika gespeeld, op de Merced River in Yosemite NP hebben we met een boot geraft. Tot slot: Las Vegas hebben we met winst verlaten. Of dat genoeg was om alle kosten van de reis te dekken, valt aan het einde van het verslag te lezen waar we getracht hebben alle financiële uitgaven van de reis op een rijtje te zetten. VOLGT NOG

Bij het verslag zijn foto's en kaartjes gevoegd. Door hierop te klikken verschijnen deze op groter formaat.

De reis begon op:


Zondag 16 juli 2006

Overnachting: University Inn Seattle

Kosten 129 dollar

Gereden afstand: 10 mijl


Klaar voor onze 5e Amerika-reis! We vliegen met North West Airlines naar Seattle en zullen daarvandaan een rondreis gaan maken die 31 dagen later eindigt in San Francisco. Het is altijd een gehaast om op tijd de deur uit te komen, maar onze vlucht vertrekt pas om 13.00 uur. We hoeven dan ook niet erg vroeg op en kunnen thuis nog ontbijten. We gaan met de trein naar Schiphol. Het is op weg naar het station even uitzoeken wie welke koffer of tas draagt: niet alles is even handzaam, maar gelukkig lukt het wel om met z'n vieren alles in een keer mee te nemen.

Op Schiphol zetten we alles meteen op een karretje, dus het gesleep met bagage valt verder wel mee. We hadden thuis al geprobeerd om elektronisch in te checken maar voor Marijke lukte het niet. Ze heeft een apart ticket omdat ze 25% korting heeft (ze is nog geen 12), maar omdat ze nog niet meerderjarig is, kan ze niet zelf elektronisch inchecken. Dus toch in de rij staan. Gaat gelukkig allemaal erg vlot maar omdat we in verband met controles al ruim voor vertrek bij de gate moeten zijn (11.15 uur) is er niet veel tijd om na de douane nog even rustig te winkelen. We drinken nog even een koffie en kopen een paar extra batterijen voor de gameboys voor de kinderen. Dan op weg naar de gate. Er is een strenge veiligheidscontrole voor het boarden, met een vraaggesprek. Er staan diverse mensen aan hoge tafeltjes. We staan met z'n vieren tegenover iemand die wil weten wat we gaan doen (rondreizen), hoe we dat gaan doen (auto) etc. Wat een onzinnige vragen allemaal! 

Als mijn handtas door de scanner gaat constateert het apparaat iets dat niet in orde is. Het is mijn Zwitsers zakmes – altijd heel handig met kamperen. Helemaal vergeten dat het nog in mijn tas zat. Ik ben bang dat ik het nu na al die jaren kwijt raak, maar dat valt mee. De lengte van het mes wordt gemeten en een superieur wordt er bij gehaald. Deze kijkt me onderzoekend aan en beschouwt me na enig nadenken als een ongevaarlijke dame. Ik mag het mes houden.

Het vliegtuig vertrekt een half uur te laat maar we halen de verloren tijd voor een groot gedeelte weer in. We hebben allemaal een eigen schermpje, en behalve films valt hier nog veel meer op te beleven. Ik hou het bij lezen, verslag schrijven en wat puzzelen. De kinderen vermaken zich opperbest. Ze kunnen hun eigen films uitzoeken. Pas aan het eind van de vlucht ontdekken we nog meer mogelijkheden. Zo kunnen ze on-line ook een soort quiz spelen tegen andere kinderen dan wel volwassenen in het vliegtuig. De spelletjes spreken mij ook wel aan, maar veel tijd om ze uit te proberen heb ik dan al niet meer. Om twee uur plaatselijke tijd komen we in Seattle aan. Het is er mooi weer en onbewolkt. Vanuit de lucht en als we op het vliegveld het vliegtuig uitlopen zien we een besneeuwde bergtop. Is dit Mount Rainier?

Img_0400_1  Img_0405  Img_0407 Img_0512

We zijn weer als laatste door de controle (gebeurt altijd, waarom weet ik niet; op een of andere manier gaat onze rij altijd het langzaamst; deze keer werden alle gezinnen met kinderen en alle gehandicapten naar onze rij geleid en mochten voorgaan). De controle is uitvoerig. Martin en ik moeten een vingerafdruk laten maken, links en rechts, en daarna worden we op de foto gezet. Voor de kinderen hoeft het nog niet.

We moeten vervolgens met een treintje naar de bagageruimte. Als we met onze tassen en koffers verder gaan moeten we weer door een controle. Eindelijk kunnen we naar het kantoor van Hertz. Papieren regelen en dan de auto ophalen. We mogen niet zelf een auto uitzoeken, maar we zijn tevreden met de Mazda MPV die voor ons klaar staat. Voordeel is dat er een Hertz Neverlost systeem op zit dat we er gratis bij krijgen. (Wij hadden dat niet besteld.) Er loopt een opgewekte jongedame van Hertz rond die we nog snel even wat vragen over de auto stellen. Met plezier legt ze de werking van de auto en van Neverlost uit. Wij hebben in al onze Amerika-vakanties met onze kaart en de routebeschrijvingen van de motels die we geboekt hadden altijd makkelijk de weg kunnen vinden, maar in de stad lijkt het ons wel handig, dus programmeren we meteen ons hotel in. En inderdaad, het is wel makkelijk, maar het gaat toch een keer fout als er twee aanwijzingen iets te snel achter elkaar komen. Het is ook wel weer wennen, een heel andere auto. Maar goed, dankzij de "calculating route" (het satellietsysteem rekent zodra je fout rijdt een nieuwe route uit) komen we toch bij ons hotel, de University Inn.

Van buiten ziet het hotel er niet echt spectaculair uit, maar er is gratis parkeerruimte, we hebben een mooie kamer met koelkast en magnetron en in de lobby gratis internet. Het is mooi weer en in het kader van "zo lang mogelijk wakker proberen te blijven" nemen we een duik in het zwembad.

Tegen 6 uur besluiten we te kijken of er in de buurt een restaurant zit. Na een blok lopen zien we een IHOP (International House of Pancakes). Tijdens al onze reizen zijn we nog nooit een IHOP tegengekomen, dus we pakken deze kans nu meteen – we hebben na zo'n lange dag natuurlijk ook helemaal geen zin meer om uitgebreid te gaan zoeken. Gelukkig staan er veel meer zaken op het menu dan alleen maar pannenkoeken. We eten niet uitgebreid want eigenlijk willen we allemaal zo snel mogelijk naar bed. Zodra we terug zijn in het hotel gaan we dan ook direct slapen.


Maandag 17 juli 2006

Overnachting: University Inn Seattle

Kosten 129 dollar

Gereden afstand: 0 mijl


We hebben een volle dag om wat van Seattle te zien. En we zijn vroeg wakker dus een lange dag voor de boeg. Het hotel heeft een gratis (complimentary) ontbijt, en dat ziet er redelijk uitgebreid uit. Eigenlijk waren we van plan om naar de Portage Bay Cafe te gaan die naast het hotel ligt, maar we besluiten om dit gratis ontbijt van het hotel toch maar uit te proberen. De kinderen storten zich op het bakken van wafels – lukt na een aantal pogingen – en wij eten toost met jam. Verder is er koffie, thee en sinaasappelsap.

We informeren naar het gratis shuttlebusje van het hotel. De eerstvolgende blijkt al volgeboekt en eigenlijk lijkt het ons ook wel zo makkelijk om het vervoer in eigen hand te hebben dus informeren we naar andere mogelijkheden om in het centrum te komen. De man bij de receptie is heel behulpzaam. Hij legt uit waar de bushalte is, en maakt zelfs een uitdraai met vertrektijden van de bussen. We vinden de halte gemakkelijk. Het is een leuke wijk waar we zitten, er staan veel leuk uitziende houten huizen. Niet groot of sjiek, maar heel gezellig, met veranda's en rommelig tuintjes.

Bij de bushalte zien we bussen voorbijkomen die een constructie voorop hebben: hier kunnen fietsen op geplaatst worden. Wat gek dat je zoiets hier wel hebt en in een fietsland als Nederland niet. Misschien is het omdat hier de afstanden veel groter zijn zodat men een deel daarvan wel met een bus moet overbruggen.

Img_0470

We stappen uit bij de Space Needle. Helaas is het weer niet zo lekker als gisteren, eigenlijk is het gewoon koud! En ook bewolkt. De Space Needle lijkt ons daarom een beetje zonde van het geld. Het uitzicht zal beperkt zijn.

Naast de Space Needle vertrekt echter de Duck Tours, en dat lijkt ons een aardig alternatief. De Duck Tours hebben amfibievoertuigen (nog stammende uit de tweede wereldoorlog) waarmee door Seattle wordt gereden en over Union Lake wordt gevaren. De kinderen hebben eerst geen zin, vooral Judith heeft iets van: help ik zie me al in zo'n belachelijk ding zitten, maar het blijkt een erg leuke en leerzame rit te zijn. Voor mensen zoals wij die nog nooit in Seattle zijn geweest, is het een echte aanrader (kosten voor ons viertjes: $ 89; inclusief tax). Nu trof het ook dat we een bijzondere grappige chauffeur/gids hadden. Zo wist hij te vertellen dat deze amfibievoertuigen in WO II allemaal door vrouwen in elkaar gezet zijn (de mannen waren aan het front) en dat de vrouwen dat veel beter konden dan de mannen. Waarom: omdat de vrouwen in tegenstelling tot de mannen wel de instructieboekjes lazen voordat ze aan de slag gingen.

De tour voert eerst langs de haven en rijdt daarna door het centrum. Van haast alle historische gebouwen weet de gids wel iets interessants te vertellen. Daarna rijdt de wagen naar Lake Union waar hij te water gaat en zo'n twintig minuten rond vaart. Je komt onder andere langs de woonboot van Tom Hanks uit de film Sleepless in Seattle. Ook zien we een aantal watervliegtuigen opstijgen.

Img_0471_1 Img_0473 Img_0485 Img_0480 Img_0489

Als we weer terug zijn, gaan we het centrum van Seattle te voet bekijken. Eerst lopen we naar de haven, waar we onder andere langs het Edgewater Hotel lopen. Hier hebben allerlei beroemdheden, (onder andere de Beatles) geslapen en vanuit hun kamer gevist. Dit laatste mag niet meer, er werd naar verluid te vaak dode vis op de kamers aangetroffen. Vervolgens lopen we naar Pike Street waar de bekende vismarkt is. Als er een beetje grote vis verkocht wordt, wordt deze door de lucht gegooid om hem te laten wegen.

Img_0493 Img_0502b Underground001

We hebben geen trek in vis en lunchen daarom bij een Subway. Na de lunch pakken we een van de gratis bussen richting Pioneer Square (in het centrum van Seattle zijn de bussen gratis), waar we de Underground Tour doen. Zo'n honderd jaar geleden lag het straatniveau een verdieping lager dan nu maar omdat men met hoog water vaak last had van overstromingen e.d. (als je bij vloed de wc doortrok, dan kwam het water en andere zaken uit het toilet omhoog in plaats dat het wegstroomde; je kon de wc alleen bij eb doorspoelen) heeft men toen het straatniveau één verdieping hoger gemaakt en de openbare straat met drie meter opgehoogd. Niet alle winkeliers waren hier blij mee en hielden aanvankelijk hun winkel en de trottoirs op het oorspronkelijke niveau. Daardoor lag op sommige plaatsen de weg drie meter hoger dan de stoep, wat vooral 's avonds wel eens noodlottig was voor degenen die een glaasje te veel op hadden en niet even recht meer op de weg liepen. Bij de Underground Tour kan je resten van dit "ondergrondse leven" zien. De tour op zich is wel aardig, maar hij duurt wel negentig minuten en dat is net wat te lang vinden wij. De helft van de tijd was ook mooi geweest. Na de tour lopen we nog een stukje in het centrum en nemen dan de bus terug naar ons hotel (voor de bus buiten het centrum moeten we wel betalen; je betaalt dan bij het uitstappen).

's Avonds eten we bij Steve en Kimiko. Met Kimiko correspondeert Martin al meer dan 25 jaar. We hebben haar een paar keer in Engeland en in Nederland ontmoet. Vroeger woonde ze in Japan (Osaka), ook heeft ze een aantal jaar in Engeland gewoond. Na haar huwelijk met Steve is ze naar Seattle verhuisd. Oorspronkelijk was het plan om ergens gezamenlijk in de universiteitswijk te gaan eten maar omdat hun dochtertje Bridget Aiko ziek is, gaan we bij hun thuis eten. Volgens Steve die ons bij het hotel komt afhalen, heeft Kimiko even snel wat eten gekookt. Het blijkt een uitgebreide Japanse maaltijd te zijn.  Heel lekker – de kinderen zijn wat kritischer – en gezellig. Leuk om in een gewone woonwijk te komen en een Amerikaans huis van binnen te zien.

Img_0510


Dinsdag 18 juli 2006

Overnachting: KOA Port Angeles

Kosten: 81 dollar

Gereden afstand: 150 mijl


S_to_pa_1

Weer vroeg wakker, maar we doen het rustig aan en het is al 8 uur als we op weg gaan naar de IHOP. Het weer is al lekker, een beetje bewolkt. Het ontbijt bevalt goed.

Als we terug zijn pakken we in. Bij de receptie krijgen we een tabel met vertrektijden van de ferries. Omdat we vrij noordelijk zitten in Seattle nemen we de ferrie van Edmonds naar Kingston – het alternatief is via Bainbridge Island, maar dan moeten we eerst het drukke centrum van Seattle in.

We nemen de I5 naar Edmonds. Daar zien we al de bordjes naar de ferry staan. De eerstvolgende afvaart is over 5 minuten. We gaan er van uit dat we die niet meer halen en dat we 45 minuten moeten wachten op de volgende, maar het is zo rustig dat we nog met gemak die van 10 uur 45 kunnen halen. Auto erop rijden en dan naar het zonnedek. Twee minuten nadat wij aan boord gegaan zijn vertrekken we. Een aantal automobilisten blijft in de auto zitten maar wij stappen uit en gaan naar het bovendek en genieten van het uitzicht en de blauwe lucht en blauwe zee. De mooie overtocht duurt zo'n vijfentwintig minuten

Img_0518_1 Img_0515 Img_0517

Daarna rijden we naar Port Towsend. Hoewel de weg grotendeels langs de baai voert, zien we slechts zo nu en dan de zee tussen de bomen door. Port Townsend ligt niet helemaal op de route naar Port Angeles, maar er worden walvisvaarten georganiseerd en we willen eens kijken of dat iets is om 's middags te doen.

Port Townsend is een leuke plaats om te bekijken. De hoofdstraat ziet er leuk uit, nog helemaal in western style met veel winkeltjes en eetgelegenheden. We rijden er helemaal doorheen tot we aan het water zijn. Hier ligt het kantoortje de Puget Sound Express. De middagtour blijkt al volgeboekt. We zouden morgen nog kunnen maar dan komt ons programma voor morgen voor het Olympic NP danig in de war. Maar er valt wel wat te schuiven en de gelegenheid om walvissen te spotten zal zich niet snel weer voordoen, dus boeken we voor de tour van 10 tot 2 op woensdag.

We lopen nog even het stadje in want er zijn leuke boetiekjes gesignaleerd door de dames en ja, Judith en Marijke kopen allebei een leuk topje. Dan op zoek naar iets om te eten. In een zijstraatje vinden we Lehanie, een leuk tentje waar ze koffie (organic) en allerlei zoete heerlijkheden, maar ook soep verkopen. We drinken iets en proberen een organic muffin uit. Dat gaat er wel in.

Img_0525

Op weg naar de auto nog een ijsje ter afsluiting en dan rijden we door naar Port Angeles. Onze KOA voor vannacht ligt tussen Sequim (spreek uit Skim) en Port Angeles. We rijden echter eerst door naar het Olympic NP. Hier kopen we onze National Park Pass waarmee we toegang krijgen tot alle Nationale Parken. We willen vandaag nog naar de Hurricane Ridge, morgen zullen we daar geen tijd voor hebben. Het Olympic NP bestaat uit meerdere delen die allemaal vanaf Highway 1 bereikbaar zijn. Er loopt geen weg dwars door het park maar op verschillende plaatsen zijn er zijwegen vanaf de Highway 1 die het park in lopen. De Hurricane Ridge behoort tot het berggedeelte van het park. De top van de Mount Olympic is niet erg hoog, maar omdat het zo dicht bij zee is gelegen is het relatief wel erg hoog en de weg naar de top dus lang. De andere delen waar het park beroemd om is – het regenwoud en de stranden – zullen we morgen bezoeken.

Vanaf de ingang van het park is het nog 17 mijl rijden naar het hooggelegen Visitor Center. Daar haalt Marijke een stempel voor haar boekje met stempels van Nationale Parken.

0037 Img_0536 0036 Img_0538

Nadat we Olympic Mountains vanaf het terras bij het Visitor Center bekeken hebben – het uitzicht is prachtig – en even iets gegeten hebben, rijden we nog zo'n 1,5 mijl door naar de parkeerplaats waar de Hurricane Hill Trail begint. Deze wandeling is zo'n 1,5 mijl lang, waarvan het laatste stuk behoorlijk klimmen is. Het is hier bewolkter dan in Port Townsend. De wolken hangen hier laag en zo nu dan waaien er flarden over het pad. Tussendoor zijn er zonnige stukken, zodat we opeens in de verte besneeuwde bergtoppen zien.

Het is een prachtig pad, met veel kleurige bloemen, steile afgronden en zo nu en dan nog stukken met sneeuw langs het pad.

Img_0540 Img_0546 Img_0573 Img_0544 Img_0569 Img_0570 Img_0576 Img_0564 Img_0542 Img_0574

Onderweg zien we ook een soort bever maar die weigert om geduldig te poseren, zodat we hem niet goed op de foto kunnen krijgen. Dit in tegenstelling tot enkele herten. Eén van de grotere herten (of is het een eland) moet een "grote boodschap" doen en we leren weer iets (nooit te oud om te leren). We dachten tot nu toe altijd dat herten dit net als paarden deden, oftewel onder het lopen gewoon alles laten vallen. Niet dus, dit hert doet het net als een hond. Hij gaat diep door de achterpoten en doet het gehurkt zittend. Dit tot grote hilariteit van de aanwezige toeristen.

Img_0552 Img_0578 Img_0566 Konijn

Boven op de heuvel, aan het einde van de trail, wacht ons een verrassing. In de verte zien we tussen de wolken door Port Angeles en de zee, en aan de horizon Victoria Island in Canada liggen.

Img_0557 Img_0558_1

De terugweg omlaag loopt een stuk gemakkelijker. Nadat we weer bij de auto zijn, rijden we vervolgens naar onze KOA-camping, waar we een cabin hebben gereserveerd met twee kamers. De kinderen hebben samen een kamer met elk een stapelbed en wij hebben een tweepersoonsbed. We pakken de slaapzakken uit, laden de rest van de spullen uit en rijden naar Port Angeles om daar te gaan eten.

We kiezen voor een Mexicaans restaurant. De ober die hoort dat we een vreemde taal spreken vraagt waar we vandaan komen. Als hij hoort dat we uit Nederland komen, vraagt hij of we ook Nederlands geld bij ons hebben. Als hij ziet dat we nog een biljet van vijf euro bij ons hebben, vraagt hij wat de wisselkoers is en of hij dat mag kopen. Hij spaart buitenlands geld. Het mag en voor zes dollar wisselt het biljet van eigenaar. Even later komt hij vol trots zijn verzameling laten zien. Hij heeft al Engels, Israëlisch, Mexicaans (daar komt hij vandaan) en Russisch geld. We leggen hem uit dat hij met het eurobiljet nu niet alleen Nederlands geld heeft maar ook geld van een hoop andere Europese landen. We schrijven de eurolanden voor hem op een briefje. We komen tot elf landen. Aangezien we het gevoel hebben dat er twaalf landen moeten zijn waar de euro is ingevoerd ("Ding FloF Bips" blijkt later het ezelsbruggetje te zijn en niet Ding FloP Bips zoals wij dachten; daardoor misten we Finland) zijn we tijdens het eten heel wat tijd kwijt met het bedenken wat dan dat twaalfde land moet zijn. We kunnen er niet opkomen, dus wie in Port Angeles een Mexicaanse ober tegen komt, die bij hoog en bij laag blijft beweren dat er geen twaalf maar elf landen in Europa zijn waar de euro is ingevoerd, weet dan dat dat onze schuld is.
 
Na het eten rijden we terug naar de camping. Het is nog licht genoeg om te gaan minigolfen. Martin wordt kampioen van Amerika, Marijke tweede. Judith en ik krijgen het meeste waar voor ons geld, oftewel wij hebben het vaakst mogen slaan.


Woensdag 19 juli 2006

Overnachting: KOA Port Angeles

Kosten: 81 dollar

Gereden afstand: 96 mijl


Vandaag staat onze walvissentocht op het programma. We staan vroeg op. Om half acht zijn we al onderweg en rijden naar Port Townsend toe. Op verzoek van de kinderen ontbijten we bij de plaatselijke McDonalds. Het houdt niet echt over. Na het ontbijt gaan we naar de tegenoverliggende Safeway. Het batterijtje van onze analoge Minolta-camera heeft gisteren zijn laatste stroomstootje gegeven en we zijn daarom op zoek naar een nieuwe batterij. De Safeway, onze favoriete supermarkt in Amerika, heeft echter niet het specifieke type en verwijst ons naar een fotozaak verderop. Deze vinden we zonder probleem, zo groot is Port Townsend niet.
De verkoopster in deze winkel heeft model gestaan voor de McDonalds-reclame waarin de menselijke geest wordt vergeleken met een parachute: als hij niet openstaat, werkt hij niet. Ze bekijkt het oude batterijtje aan alle kanten alsof ze voor het eerst een batterijtje ziet, en tikt daarna iets in de computer. Vervolgens wordt het scherm uitgebreid bestudeerd, met een blik alsof ze niet verwacht had dat daar iets op zou verschijnen. Ondertussen hebben wij al een rek met batterijtjes gezien waarop ook ons batterijtje ligt. Net als wij denken dat de verkoopster helemaal versteend is, komt ze toch in beweging en loopt naar het rek toe en haalt daar het batterijtje er uit. Zo, wij zijn helemaal klaar voor de walvissentocht.
Om half  tien melden we ons bij het kantoor. We zijn een van de eersten en als we aan boord gaan kunnen we een mooi plekje uitzoeken. In totaal varen er zo'n 25 à 30 toeristen mee. De bemanning bestaat uit drie personen, een kapitein, een stuurvrouw en een gids: een biologiestudent die allerlei interessants over de omgeving en over de walvissen weet te vertellen. Opvallenderwijs draagt hij twee verschillend gekleurde schoenen, een rode en een blauwe bootschoen. Judith en Marijke vinden dat maar raar. Om klokslag tien uur vertrekken we.
Het is van tevoren niet bekend waar de walvissen zich bevinden. De boot vaart richting de San Juan Islands. Het is mooi weer en de zee is kalm. Het is een aangenaam varen zo. Als we bij een van de eilanden zijn wijst onze gids op een groot luxe huis dat vlakbij de rand staat. De kust brokkelt elk jaar daar een stuk af en de verwachting is dat het huis vroeg of laat over de rand zal vallen. Het huis heeft daarom de bijnaam de Million Dollar Mobile Home gekregen.
De walvissen blijken zich deze keer helemaal ten noorden van de San Juan Islands te bevinden. We moeten daarom een behoorlijk eind varen. We hebben al bijna twee uur gevaren als we de plek bereiken waar de walvissen zich vandaag ophouden. Er liggen al meer boten, hét teken dat er inderdaad walvissen zijn. De boot wordt stilgelegd en al gauw zien we in de verte vinnen boven water komen. Ze blijven wel op behoorlijke afstand. Het is de boten niet toegestaan om achter de walvissen aan te varen, je mag ze niet opjagen. Je moet dus hopen dat ze toevallig vlak bij jouw boot opduiken. Helaas doen ze dat niet, maar we kunnen wel een half uur lang genieten van her en der opduikende vinnen. Eén keer zien we redelijk vlakbij een grote staart boven het water komen en een paar keer zien we op enige afstand een orka helemaal uit het water springen. Verder blijft het bij vinnen. Op de achtergrond zien we de besneeuwde top van Mount Baker, een mooi gezicht.

Walvissen_1 Img_0609
Omdat we vrij ver naar het noorden zijn gevaren, hebben we geen tijd om er erg lang te blijven kijken. Na een half uurtje moeten we weer terug. Op de terugweg valt de boot opeens stil. De motor doet het niet meer. Er is geen brandstof meer. Schaamtevol, 'a bit embarrassing",  bekent de kapitein dat hij vergeten heeft te tanken. Met behulp van een noodtankje varen we naar de haven van Friday Harbor op een van de eilanden en tanken daar. Uiteindelijk zijn we pas om half vier terug in plaats van om twee uur. De groep na ons heeft daarom anderhalf uur staan wachten. Goed dat we de "ochtend"-excursie hadden. Omdat we zo laat terug zijn besluiten we om de geplande wandeling bij Lake Crescent uit te stellen tot morgen.
We gaan nog even wat drinken bij de McDonalds en slaan vervolgens brood, beleg en drinken in bij de Safeway. Vervolgens rijden we terug naar Port Angeles. We hebben vandaag weer een eetafspraak: deze keer met Vladimir en zijn familie die we van een Amerika-discussiegroep kennen. Zij trekken met hun drie kinderen (tussen 20 maanden en 6 jaar) door het noordwesten en hebben het grootste deel er al op zitten als we elkaar ontmoeten. We hebben afgesproken bij een Kentucky Fried Chicken waar we bijna tegelijk aan komen rijden. De KFC blijkt door z'n voorraad heen, wachttijd ruim 20 minuten dus we rijden achter elkaar naar een Wendy's. Ervaringen uitgewisseld en gezellig gekletst.

Img_0635


Donderdag 20 juli 2006

Overnachting: Lake Quinault Lodge, Lake Quinault

Kosten: $162

Gereden afstand: 201 miles


Pa_to_lq_1

De kinderen hebben gisteren Nutella gevonden in de Safeway en ze genieten van hun Hollandse ontbijt. Ik neem me voor om op de volgende camping een gastankje te kopen zodat we een eitje kunnen bakken en thee kunnen zetten. Nadat we alles ingepakt hebben – we worden hier al een stuk handiger in – gaan we op weg naar Lake Crescent. Maar eerst tanken we nog in Port Angeles. De benzineprijs is $ 3,19 voor een gallon, dat is behoorlijk prijzig voor Amerikaanse begrippen.
In totaal hebben we tijdens onze rondreis van 6200 kilometer 169 gallon benzine (is ongeveer 639 liter) getankt. De auto bleek 1 (liter) op 9,5 (kilometer) te rijden, heel wat minder zuinig dan onze auto thuis. De totale kosten van de benzine tijdens onze rondreis kwamen uit op 564 dollar (meer dan de 500 dollar die we hiervoor begroot hadden). Gemiddeld betaalden we $3,34 per gallon.
Bij Lake Crescent parkeren we de auto bij het rangerstation. Hiervandaan begint een wandeling naar de Marymere Falls. De route loopt eerst langs het meer, gaat dan door een tunneltje onder Highway 101 door en vervolgens door een bos dat al kenmerken van een regenwoud vertoont, de bomen hangen vol mos en spinnenwebben, wat het bos een beetje Harry Potter-achtige sfeer geeft.
De waterval is niet echt groot maar wel mooi om te zien.

Img_0658 Img_0660 Img_0644

Als we terug zijn bekijken we nog even de Lake Crescent Lodge van binnen. Het is een prachtig houten gebouw aan het meer, met cabins ernaast. We hadden gehoopt op een simpele lunch hier maar het restaurant ziet er erg chique uit – dat wordt ons even wat te veel van het goede. We gaan wel ergens onderweg picknicken. Na een bezoek aan de giftshop (de kinderen kopen magnetische stenen, Martin koopt 'The lady of the Lake', een boekje over een kamermeisje dat hier in 1938 vermoord is en wiens geboeide lichaam twee jaar na haar verdwijning helemaal "saponified"("glinsterend als zeep) in het meer gevonden werd: "A beautiful woman is murdered and the icy waters of Lake Crescent hold the clues that point to her killer" . Misschien kan hij de geschiedenis ooit eens gebruiken voor zijn kranten- of tijdschriftartikelen.
Na het bezoek aan de giftshop rijden we verder naar het westen van het park. Daar willen we het regenwoudgedeelte bekijken en één van de stranden. In het plaatsje Forks picknicken we bij een rest area. Naast deze rest area zit een rangerstation. Daar infomeren we naar de getijdentabel van de kust. Gezien het grote verschil tussen eb en vloed is het van belang om je niet door de opkomende vloed te laten verrassen. Ook vragen we welke stranden aan te bevelen zijn voor een bezoek. De ranger raadt ons Rialto Beach of Beach 4 aan. Gezien het feit dat het over een uurtje laagtij is besluiten we eerst naar de het strand te gaan en daarna pas naar het regenwoudgedeelte. We kiezen voor Rialto Beach. Net als de rest van de 101 is ook de weg naar de kust een afwisseling van bos en kaalgeslagen stukken. De gekapte stukken zien er slordig uit, met stronken van soms wel een meter waar vaak weer nieuwe uitlopers op groeien. Sommige delen zijn herplant. Daar staan borden bij met teksten waarop staat aangegeven wanneer het nieuwe bos is aangeplant (bijvoorbeeld 1997) en wanneer het kaprijp is (bijvoorbeeld 2025). Er zit vaak wel dertig of meer jaar tussen.
De bossen reiken tot aan het strand. Voor het strand liggen allemaal dode bomen waar we overheen moeten klauteren. Het strand is stenig, met in zee een paar grote rotsen. De temperatuur is wel 10 graden lager dan in Forks; daar zochten we de schaduw op, hier lopen we te bibberen zonder vest of trui.

Img_0673_1 Img_0684_1 Img_0687_1 Img_0680

We blijven niet lang, ook het regenwoud staat nog op ons programma. Echt bijzonder vinden we het strand niet, maar het is wel even aardig om de oceaan te zien. We rijden weer terug naar de 101 en slaan daarna de afslag richting het Hoh Rain Forest in. Dit is een kronkelige weg van zo'n 15 mijl met zo nu dan uitzicht op de Hoh River. Het Hertz Never Lost systeem heeft moeite met de weg. Regelmatig denkt zij (we hebben de vrouwelijke navigatorstem aanstaan) dat we van de weg geraakt zijn en het bos zijn ingereden. Ze vraagt dan of we alsjeblieft weer naar de weg terugwillen rijden: "please, resume to the highlighted route".
Als we eenmaal bij het eindpunt van de weg zijn, blijkt het Visitor Center al gesloten te zijn. Het is inmiddels al vijf uur geweest. We besluiten om de Hall of Mosses Trail te lopen. Dit is een korte wandeling waar je goed kunt zien hoe groen en overdadig hier alles begroeid is. Er valt hier jaarlijks zo'n 400 centimeter water en het is daarmee de natste plek van de Verenigde Staten. Alleen in de zomer is het er meestal droog en zonnig. Het gevolg is dat de mossen die hier overal aan de takken hangen er dan als uitgedroogde lappen er uit zien. Ook groeien er grote varens en er zijn bomen te zien die bovenop de restanten van andere bomen groeien. De sfeer is net als bij Lake Crescent mysterieus.

Img_0695 Img_0696_1 Img_0705_1

Het is al zeven uur geweest als we bij ons hotel aankomen: de Lake Quinault Lodge gelegen bij het gelijknamige meer. Het is een prachtig oud gebouw. Onze kamer ligt niet in de Lodge, die was helemaal te prijzig, maar in het voormalige botenhuis. Met een prijs van $162 is dit onze op een na duurste overnachting. Alleen de overnachting in Furnace Creek ($179) is nog duurder.

Gemiddeld betaalden we voor onze overnachtingen tijdens deze reis $97 (ongeveer €79), bijna evenveel als in 2004 toen we gemiddeld $94 per nacht kwijt waren (in 2002 waren we slechts $77 per nacht kwijt).

Img_0734 Img_0729_1

Onze kamer ligt prachtig. We hebben een hoekkamer met aan twee zijden een veranda met een houten bank en stoelen. We hebben zowel uitzicht op de lodge en het grasveld ervoor alsmede op het meer. Op de grote regenmeter die bij het hotel hangt, zien we dat er dit jaar tot nu toe (de natte herfst moet nog komen) al 7,5 feet regen is gevallen.
We besluiten om in de lodge te gaan eten. We kunnen pas om half negen terecht, dat loopt echter uit en uiteindelijk staat ons eten pas om half tien op tafel. Het is prijzig, ongetwijfeld betalen we ook voor het uitzicht.


Vrijdag 21 juli 2006

Overnachting: Mount St Helens Motel, Castle Rock

Kosten: 80 dollar

Gereden afstand: 221 mijl


Lq_to_cr_1

Het is prachtig weer. We ontbijten op de veranda. Het ontbijt in de lodge vinden we wat te duur. We hebben nog broodjes van de picknick over en tegenover de lodge ligt een snackbar waar we koffie en thee halen en een mierzoet maar lekker cakeje. Bij de lodge is een botenverhuur. Marijke en ik besluiten om een uur te gaan kanoën. Judith heeft er geen zin in en zij en Martin gaan in de lodge een spelletje kaart spelen.

Img_0738_1 Img_0755
Als we uiteindelijk afreizen is het al twaalf uur. Op ons oorspronkelijk reisschema stond een rit naar Castle Rock bij Mount St Helens op het programma met onderweg een bezoek aan de stranden van Cape Disappointment en een bezoek aan Fort Clatsop in Astoria. Gezien de tijd besluiten we om het bezoek aan Cape Disappointment maar over te slaan. Het is dat het een te voor de hand liggende woordspeling is, anders zou ik zeggen dat de Cape toch alleen maar kan tegenvallen.
Wat ook zal tegenvallen is het bezoek aan Fort Clatsop. Althans dat beweert Judith. Wat moeten we nou in zo'n stom fort doen. Het is niet eens het echte fort maar een nagebouwd fort. Om te zeggen dat ze veel zin in dit fort heeft, zou een beetje in strijd met de waarheid zijn.
De weg naar Astoria voert weer over de 101. Ook nu is de weg kronkelig en rijden we door een groene omgeving, maar we komen nu door meer plaatsen zodat we niet erg opschieten. Bij Astoria rijden we over een lange brug over de Columbia River Oregon binnen. Even ontstaat er wat verwarring omdat Never Lost ons een andere kant richting Fort Clatsop opstuurt dan de borden. We besluiten de borden te volgen en al spoedig bereiken we het Lewis and Clarke National Historic Park, zoals het nu heet.
Fort Clatsop is eind 1805 gebouwd door Lewis en Clarke voor de tweede overwintering tijdens hun ontdekkingsreis. In 1804 kreeg Lewis de opdracht van president Jefferson om het gebied langs de Missouri, ten westen van St Louis te verkennen. Daartoe werd een expeditie opgezet bestaande uit 42 man, meest soldaten, één vrouw (Sasquatsaweah), een lange boot, en wat kleinere bootjes, waarmee ze de Missouri opvoeren. Ze wilden een doorgang vinden over het water naar de Stille Oceaan, en kregen ook de opdracht om het land met alle plant- en diersoorten uitgebreid in kaart te brengen, en om de Indianenstammen die ze zouden ontmoeten, uit te leggen dat Thomas Jefferson hun president was. De eerste overwintering vond plaats bij de Mandan-indianen waar, vlakbij  het plaatsje Wasburn in North Dakota, Fort Mandan werd gebouwd. Fort Clatsop werd genoemd naar de Indianenstam die ze bij het huidige Astoria ontmoetten.

Vanaf de parkeerplaats word je met een shuttlebus naar het Visitor Center gebracht dat naast de replica van het fort ligt. Van het oorspronkelijke fort was na een paar jaar weinig meer over, maar dat was ook niet de bedoeling. Het diende alleen maar om de winter van 1805 op 1806 te doorstaan. In 1955 besloot men om een replica van het fort te bouwen. Dit werd niet ter plekke gedaan maar ergens anders. Het fort werd als bouwpakket naar Astoria gestuurd waar het dan vervolgens op de plaats van het oude fort opgebouwd zou worden. Op alle onderdelen had men met krijt geschreven waar welk onderdeel voor was. Een ijverige bouwvakker dacht echter dat het een soort van graffiti was en veegde deze aanwijzingen weg voordat men het fort in elkaar had kunnen zetten. Men had nu geen flauw idee waar wat moest en daarom werden alle balken en planken weer teruggestuurd naar de ontwerpers. Nadat het weer met aanwijzingen was teruggekomen, kon men het fort opbouwen.
In 2005 vergat men een kampvuur in het fort volledig uit te maken en brandde het 's nachts af. Direct na de brand werden er weer plannen gemaakt om het fort opnieuw op te bouwen. Een werkje waarmee men in de tweede helft van 2005 begon. Hadden Lewis en Clarke vier weken nodig om het fort te bouwen, in 2006 was men al een jaar bezig met de herbouw. Alleen deze keer is het de bedoeling dat het fort minstens veertig jaar mee gaat, bij Lewis en Clarke hoefde het slechts vier maanden mee te gaan.
Dit alles wordt ons verteld door een vrijwilligster gekleed in kleding uit die tijd.

Img_0779_1

Ze laat ook zien hoe het fort in elkaar zit. Lewis en Clarke hadden een kamer, evenals Sacagaweah samen met haar man en haar baby. Sacagaweah was de indiaanse vrouw van de Frans-Canadees Charbonnau die mee was op de expeditie omdat hij de taal van de indianen sprak. Tijdens de tocht bleken ze overigens weinig aan hem te hebben. Dit in tegenstelling tot zijn Indiaanse vrouw Sacagawea. De gewone manschappen sliepen met zijn achten op een kamer.
Een pretje was het niet, de overwintering. Afgezien van de vele regen waren er ook andere onaangenaamheden (zie www.lewis-clark.org):
The men finished moving into their "huts" on Christmas morning, but another problem appeared. Whereas the captains' quarters featured a fireplace with a chimney, the original plan for the enlisted men's rooms was to dig fire pits in the floors and vent the smoke through holes in the roof. The persistent low-pressure weather systems made for poor draft, though, and the men had to rush to build "backs and enside chimneys" to make their quarters more comfortable.

For final touches they erected pickets and gates to enclose the compound, built a box to shelter the sentry from the rain, and dug two latrine pits outside the fort. Indoors, beds and bunk were built, and some desks and benches were made for the captains.
The fleas that moved in with the men on Christmas Day were intimate but unwelcome companions for the duration of their residence there. The Corps of Discovery departed Fort Clatsop for home on March 23, 1806.

In het Visitor Center kopen we op verzoek van Judith nog twee boeken. Eentje over Lewis en Clarke en eentje over Sacagawea. En dat terwijl ze in eerste instantie helemaal niet naar het fort wilde. Zo zie je maar weer hoe zo'n bezoek toch belangstelling kan wekken.
Voor wie het fort alleen als bezienswaardigheid wil zien, hoeft er niet heen te gaan. Het fort stelt niet veel voor. Voor wie echter geïnteresseerd is in de Lewis en Clarke expeditie is het fort historisch gezien wel interessant. En voor wie stempels spaart van Nationale Parken zoals Marijke doet, is een bezoek natuurlijk ook leuk.
Na het bezoek tanken we nog even in Astoria. Omdat we nu in Oregon zijn mogen we dat vanwege een of andere wet niet zelf doen maar dient dit te geschieden door een pompbediende. Een ander verschil met Washington (en Californië) is dat er geen staat-belasting over de benzineprijs komt. Daarom is deze pomp met een prijs van $2,98 per gallon een van de goedkopere.
We steken weer de brug over de Columbia River over en via de 401 rijden we naar Castle Rock waar we een overnachting gereserveerd hebben in het Mount St Helens Motel. Dit was een tip die we van een van de Amerika-platforms gehaald hebben. Het was een goede tip want het is een net motel tegen een redelijke prijs.

Img_0786 Img_0791_1


Zaterdag 22 juli 2006

Overnachting: Crest Trail Lodge, Packwood

Kosten: 72 dollar

Afstand: 174 mijl


 

Cr_to_pw_1

Op 18 mei 1980 barstte na een aardbeving met een kracht van 5,1 op de schaal van Richter Mt. St. Helens uit. De maanden ervoor was de berg al voortdurend aan het rommelen: bijna non-stop waren er kleine aardbevingen die werden gevolgd door kleine waterdampexplosies aan de top van de vulkaan, welke een rokende krater veroorzaakten. Ook begon zich vanaf eind maart op de noordhelling een uitstulping te vormen, die in een snel tempo groeide. Begin mei was deze uitstulping 100 meter hoog bij een doorsnede van bijna twee kilometer.
Rondom de berg was het gebied van veiligheidszones gecreëerd. Binnen zone 1, de gevaarlijkste zone, bevonden zich die dag alleen de jonge geoloog David Johnston die op een afstand van vijf mijl van de berg een waarnemingspost had en de 83-jarige Harry Truman, niet de voormalige president maar een koppige oud-smokkelaar die bij het vlakbij de berg gelegen Spirit Lake een lodge bezat en weigerde te vertrekken, wat hem interviews met de New York Times, National Geographic en de Today Show opleverde: "I'm coming down feet first or not at all".
In zone 2, die als niet levensgevaarlijk werd beschouwd maar waar mensen wel last zouden kunnen hebben van een eventuele uitbarsting waren enkele houthakkers aan het werk. Ook bevonden zich hier enige tientallen toeristen.
Op zondag 18 mei 1980 om 8.32 uur in de morgen barste de berg uit. 'Vancouver! Vancouver! This is it!" aldus de laatste woorden per radio van David Johnston. De aardbeving doet de grote uitstulping aan de noorzijde omlaag vallen en de top van de berg wordt weggeblazen. In tegenstelling tot wat was verwacht, was de explosie zijwaarts gericht. Er ontstond een enorme modderstroom die alles in de buurt wegvaagde en in de wijde omgeving overstromingen, kapotte bruggen en vernielingen veroorzaakte.
"Shaken by an earthquake measuring 5.1 on the Richter scale, the north face of this tall symmetrical mountain collapsed in a massive rock debris avalanche. Nearly 230 square miles of forest was blown down or buried beneath volcanic deposits. At the same time a mushroom-shaped column of ash rose thousands of feet skyward and drifted downwind, turning day into night as dark, gray ash fell over eastern Washington and beyond. The eruption lasted 9 hours, but Mount St. Helens and the surrounding landscape were dramatically changed within moments" . ( http://www.fs.fed.us/gpnf/mshnvm/ )
De asregens zorgden ervoor dat het tot in Washington donker werd. In totaal stierven die dag 57 mensen, waaronder veel mensen in de "veilige" zone 2. De meesten stikken in de as. Tot de doden behoorden David Johnston en Harry Truman; Truman en zijn lodge werden bedolven onder honderden meters puin. 
Vandaag de dag zijn de gevolgen van deze ramp nog overal in de omgeving te zien. Je moet wel geluk hebben met het weer want de berg schijn vaak in de mist te liggen waardoor hij niet te zien is. Als we opstaan is het bewolkt. We maken ons dan ook enige zorgen of we de berg wel kunnen zien, maar de eigenaresse van het motel kijkt even op internet op de webcam van de berg en laat ons zien dat de vijftig mijl verderop gelegen berg daar in de stralende zon ligt. Het zal ook warm worden voorspelt ze: "in the 3 digits".
We ontbijten in het Rose Tree restaurant tegenover ons motel want we zien daar al aardig wat mensen naar binnen gaan. Dat moet een goed teken zijn. We ontbijten uitgebreid, ze hebben er inderdaad een lekker ontbijt, en kunnen er dan tot aan het avondeten weer tegen.
We checken uit en rijden via de SR 504 naar Mt St Helens. Na de uitbarsting lag deze weg, die toen aan de voet van de heuvels lag, helemaal onder het puin en heeft men hem opnieuw moeten aanleggen. Deze keer heeft men hem bovenop de heuvels aangelegd zodat men hem na een eventuele volgende uitbarsting niet opnieuw hoeft aan te leggen. Onze eerste stop is het viewpoint bij Hoffstadt Bluffs. Hier kun je een helikoptervlucht boeken. Na rijp beraad – gaan we eerst de visitor centers bezoeken en dan de helikoptervlucht? Willen we uberhaupt wel de helikoptertocht doen? Is hij niet te duur (hij kost voor ons viertjes samen $491, inclusief tax) – besluiten we om de helikoptervlucht toch maar te doen; Als we het niet zouden doen krijgen we er later misschien spijt van, er is nu geen wachttijd en het is niet duidelijk hoe dat later op de dag zal zijn.
Er is plek voor vier man in de helikopter (en uiteraard een piloot), dus dat komt mooi uit. Na instructies over de communicatie met elkaar en met de piloot, en het opgeven van ons gewicht voor een goede verdeling (Judith mag naast de piloot; Martin en ik zitten achterin met Marijke tussen ons in) kunnen we instappen. De vlucht duurt 25 minuten maar het lijkt veel sneller te gaan. We volgen eerst een smal stroompje langs een modderbedding. Het ziet er nog kaal uit maar we zien op verschillende plaatsen groepjes wapiti's die hier alweer voldoende eten kunnen vinden.

Img_0793_1 Img_0801_1 Img_0809 Img_0813 Img_0815_1
De helikoptervlucht blijkt de moeite (en het geld) waard te zijn. Niet alleen zie je alles van wat dichterbij, maar vooral de vluchten heen en terug naar de vulkaan geven extra's ten opzichte van het alleen bekijken van de vulkaan vanaf de Visitor Centers. Vanuit de helikopter kan je beter de omvang zien van de vernieling die de modder/lavastroom heeft aangericht na de ontploffing. Je vliegt namelijk eerst een heel stuk over de "rivierbedding". Heel spectaculair. Ook kan je heel goed de nieuw gevormde kegels in de vulkaan zien. Sinds 2004 is de vulkaan weer licht actief en er is al weer een rokend bergje zichtbaar in de vulkaan, dat dag in dag uit groeit met een hoeveelheid van ongeveer een vrachtwagen puin. De verwachting is dat de vulkaan over z'n 200 jaar weer even hoog is als hij voor de uitbarsting was.
         
De vulkaan kan je vanuit de Visitor Centers ook heel goed zien en alleen dat beeld al is indrukwekkend genoeg om een bezoek aan Mount St Helens aan te raden.
Mount St. Helens is overigens geen nationaal park maar een nationaal monument. Daarom is onze parkpas niet geldig en moeten we entree betalen. We bezoeken de Visitor Centers van Coldwater Ridge en die van het Johnston Observatory (vernoemd naar de omgekomen geoloog). We luisteren naar een ranger die op een bord laat zien welke van de vulkanen in Noord West Amerika de laatste vierduizend jaar het vaakst zijn uitgebarsten (koploper is Mount St Helens; zie de foto van het bord). Ook kan je door op een plaat te springen je eigen aardbeving registreren. Er zijn elke dag honderden (niet voelbare) aardbevinkjes in dit gebied; het is geologisch gezien nog steeds een zeer onrustig gebied en het wordt dan ook non stop door de nationale geologische dienst in de gaten gehouden.

Img_0843_1 Img_0846 Img_0865_1
   
Al met al is het een zeer boeiende dag. Pas later ontdekken dat we helemaal vergeten zijn om in het Johnston Visitor Center naar de film over de uitbarsting te kijken. Stom, die moeten we dan maar een keer op televisie bekijken. National Geographic schijnt hem regelmatig uit te zenden.
Het is al vier uur geweest als we op weg gaan naar Packwood, waar we zullen overnachten. De route is mooi, weer veel bomen en ook sporen van houtkap, maar ook landbouw.
Het motel ligt iets voor Packwood. De kamer blijkt lekker ruim, met tv en koelkast. Er is een continental breakfast inbegrepen. We eten in het dorp, en kijken nog wat tv voor we gaan slapen.


Zondag 23 juli 2006

Overnachting: Crest Trail Lodge, Packwood

Kosten: $72

Gereden afstand: 99 miles


Packw_to_sunrise_2

Weer een warme, zonnige dag. We eten buiten onze toost met jam – er staat een picknicktafel – en rijden naar Sunrise, aan de oostkant van Mount Rainier NP. Omdat het zondag is, en mooi weer, vermoeden we dat het bij de zuidingang erg druk zal zijn, vandaar dat we besloten hebben om eerst deze kant te verkennen en dan morgen naar Longmire en Paradise te gaan.
Sunrise is het hoogste punt van het Mount Rainier NP waar je met de auto kunt komen. Vanuit Packwood is het ongeveer een uur rijden; weer kronkelwegen door de bossen. We stijgen langzaam en de bomen worden schaarser. Tegen 10 uur zijn we bij het Visitor Center. Gelukkig kunnen we de auto hier nog makkelijk parkeren, hoewel het al aardig druk is. Later op de dag zal het hier vrijwel helemaal vol staan. In het Visitor Center kijken we wat de wandelmogelijkheden zijn. De ranger raadt ons een een wandeling van 3 mijl (heen en weer) aan waar we uitzicht op een gletsjer zullen hebben. Onderweg komen we dan nog langs het Shadow Lake.  Deze wandeling is het eerste deel van de Burroughs Mountain Trail, die nog veel verder gaat. Wij lopen het stuk tot het uitzichtpunt waar we uitzicht hebben op de Emmon Glacier:
"Approximately 1.3 miles from the trailhead, you'll reach Shadow Lake. Just west of the lake is a trail junction and Sunrise Camp. At this junction, follow the left fork west as it begins to ascend to a wide plateau of ancient volcanic flow. After about 0.25 miles from the trail junction is the Emmons Overlook. From this viewpoint you'll be able to look down into the White River Valley at the moraine and foot of the Emmons Glacier. Across the valley stands Goat Island Mountain".
De Emmons gletsjer is de grootste gletsjer van het continentale Amerika met een oppervlakte van 11 km2. In de eerste helft van de vorige eeuw begon de gletsjer in een snel tempo kleiner te worden. In 1963 was er echter een 'rock fall' die de onderste helft van de gletsjer bedekte. Daardoor smolt deze niet langer en sindsdien groeit de gletsjer weer.
Volgens de ranger is dit een mooie wandeling met veel bloeiende planten onderweg. Dat laatste klopt. Overal langs het pad staan planten te bloeien. De achtergrond van de besneeuwde toppen nodigt uit tot het maken van veel foto's. Toch is het niet een echt geslaagde wandeling. De eerste reden is het te overwinnen hoogteverschil. Door de warmte is dit best wel zwaar. De tweede reden is echter veel ernstiger: de muggen. Vooral voorbij het stuk na het Shadowlake hebben we er allemaal veel last van. Dit ondanks het feit dat we ons ingesmeerd hebben met een hoeveelheid anti-muggenspul waarvan de stank zelfs een beer op tien kilometer afstand zou doen verjagen. Als we bij het uitzichtpunt zijn waar we de gletsjer kunnen zien – het uitzicht is niet echt spectaculair – vragen de kinderen of we zo snel mogelijk terug kunnen gaan. Ze worden helemaal gek van de muggen. Wij ook, en we keren dan ook weer snel om.

Img_0891_1 Img_0889_1

Tussen de middag eten we in het cafetaria van de Sunrise Lodge. Je kan er niet overnachten, het bevat alleen een cafetaria en een giftshop. 's Middags gaan Martin en ik nog een wandeling doen, deze keer de andere kant op. De kinderen hebben na de muggenaanvallen van vanochtend er geen zin meer in. Zij blijven liever in het cafetaria om een spelletje kaart te spelen.
Op deze wandeling hebben we gelukkig geen last van de muggen. Ook langs dit pad staan er veel planten in bloei. Ook hebben we een mooi uitzicht op de Mount Rainier, het Visitor Center en de omringende bergen. Heel in de verte zien we zelfs bergen waarvan we ons afvragen of het soms de bergen zijn van het Olympic National Park.

Img_0907 Img_0915_1
We lopen niet de gehele trail maar keren halverwege om, anders zitten de kinderen te lang alleen in het cafetaria. Deze blijken zich bij terugkomst uitstekend vermaakt te hebben, al hebben ze wel even ruzie gekregen over een nieuwe spelregel die Judith tijdens het kaartspelletje opeens bedacht had (en die erg in haar voordeel werkte).
We drinken nog wat in het cafetaria en rijden dan weer terug naar Packwood. Na vijf minuten rijden ontdekt Martin dat hij zijn zonnebril in het cafetaria heeft laten liggen. We rijden terug. Een Amerikaans echtpaar blijkt zo lang even op de zonnebril gepast te hebben. Ze dachten al dat er iemand voor zou terug komen. We bedanken ze hartelijk en rijden voor de tweede maal richting Packwood. Bij de plaatselijke supermarkt doen we nog even boodschappen. 's Avonds eten we in Cruisers, een soort cafetaria waar ze heel grote pizza's hebben. Zowel Martin als Marijke krijgen nog niet eens de helft van hun pizza op.


Maandag 24 juli 2006

Overnachting: KOA Cascades Locks 

Kosten: $57

Gereden afstand: 184 miles


Pw_to_casc_locks_1

Vandaag staat Paradise op het programma. We hadden hier graag in de Inn willen overnachten, maar het historische gebouw was aan een opknapbeurt toe en wordt deze en komende zomer verbouwd. Nadat we uitgechekt hebben, rijden we richting Ashford, via de FR52 en dan via Longmire naar Paradise. In het weekend kan het hier vaak erg druk zijn. Er staan bij de ingang van het park borden met rode lampen aan de kant van de weg, waarop staat aangegeven dat als de lampen branden alle parkeerplaatsen bij Paradise vol zijn. Gelukkig branden de lampen niet. In het weekend schijnt dit regelmatig voor te komen. We zien een grappig richtingsaanwijsbord waarop staat aangegeven dat als je naar rechts gaat je in het 'Paradise' terecht komt maar als je naar links gaat, dan beland je in Seattle.
We parkeren bij de day use parking en lopen naar het Visitor Center. Er zijn hier meerdere trails. We kiezen voor een korte trail: de Nisqually Vista Trail van 1,2 mijl. Hier zijn gelukkig geen muggen. De trail loopt eerst naar beneden over een bruggetje dat een klein stroompje overspant. De kinderen vinden het leuker om door het water te waden. Daarna gaat de trail afwisselend omhoog en omlaag. Ook hier staan veel bloemen langs het pad. Na een tijdje hebben we uitzicht op de Nisqually gletsjer. Echt spectaculair is het niet. Er is niet veel ijs te zien. We moeten met de camera behoorlijk ver inzoomen om hier wat van te zien. Al  met al is deze wandeling niet echt een grote aanrader.

Img_0940_1 Img_0943
De wandeling, de Alta Vista trail, die we 's middags doen daarentegen wel. Maar voordat we deze trail lopen eten we eerst in het cafetaria dat zich in het Visitor Center bevindt. Ook bellen we even naar de familie in Nederland. Het blijkt daar net zo warm te zijn als hier. Net zoals gisteren blijven Judith en Marijke liever in het Visitor Center, een beetje kaarten, een beetje rondhangen, met de gameboy spelen en een ijsje eten. Martin en ik beginnen met volle moed aan onze trail.
Het blijkt geen gemakkelijke trail. Hij gaat behoorlijk steil omhoog. Gecombineerd met de hitte maakt dat de wandeling aardig zwaar. Maar het is de moeite waard, bij elke bocht verandert het uitzicht en moet er weer een nieuwe foto genomen worden. Dat schiet natuurlijk niet op. Op een gegeven moment loopt het pad dwars door een stuk sneeuw. Daarna is het nog een stuk klimmen totdat we ook Mt Adams zien met wat wolken er boven. Ook Mt Rainier zelf zit nu voor een deel in de wolken.

Img_0953_1 Img_0955_1 Img_0956_1
We doen ruim 70 minuten over deze trail, 50 minuten om omhoog te komen en 20 minuten naar beneden. Als we weer terug zijn, besluiten we bij de picknickplaats bij de auto nog wat te eten. Een deel van de picknicktafels ligt nog een dik pak sneeuw, maar een deel is al sneeuwvrij.

Img_0963_2 Img_0962

We hebben brood bij ons en ook rauwkostsalade. Het is al vier uur als we vertrekken. We rijden weer via Packwood waar we tanken en ijs inslaan. Vervolgens rijden we via de FR25 naar het zuiden. Dit is een zeer bochtige weg, veel bomen en helaas slechts een keer uitzicht op de oostkant van Mt St Helens.
We rijden door tot Carson en steken daar, voor de derde keer deze vakantie, de Columbia River over. Wat een indrukwekkende rivier is dit! Niet zo breed als bij Astoria, maar ook hier een rivier van formaat. Het is niet voor te stellen dat deze machtige rivier maandenlang onbevaarbaar is geweest na de uitbarsting van Mt St Helens; er kwam zoveel puin, bomen en modder in de rivier terecht dat deze dichtgeslibd raakte.
Om 8 uur zijn we eindelijk op de KOA camping in Cascade Locks. Eerst even de was in de machine en dan een fles propaangas voor ons gastankje gekocht voor onze eerste zelfgemaakte maaltijd. De campingwinkel heeft maar een beperkt assortiment; het wordt soep, spaghetti uit blik en een salade. Het is nog steeds erg warm en het koelt nauwelijks af. 's Nachts worden we regelmatig wakker door het doordringende gefluit van passerende treinen.


Dinsdag 25 juli 2006

Overnachting: KOA Camping Bend/Sisters

Kosten: $ 60

Gereden afstand: 198 miles


Casc_locks_to_sisters_1

We maken een heerlijk ontbijt met gekookt ei en roerei en pakken in. Dan rijden we langs de Hwy 84 naar de Multnomah Falls. We hebben allemaal slecht geslapen en het opstaan kostte dan ook veel moeite. Je kan de watervallen op twee manieren bereiken. De eerste route voert over de lokale weg die naast de snelweg loopt, de tweede manier is via de Interstate. Bij Multnomah Falls ligt er tussen de interstate oost en west een parkeerplaats en via een tunneltje onder de interstate door kan je dan naar de waterval lopen. Tegen 11 uur zijn we bij de parkeerplaats. Komende vanaf het oosten moet je links de afslag nemen. We missen hem bijna omdat we niet gewend zijn aan om links de weg te verlaten. Het is maar goed dat we via de Interstate genomen hebben. Op de parkeerplaats bij de Interstate is ruim plaats, de parkeerplaats beneden bij de lokale weg is daarentegen helemaal vol.
De waterval is de moeite waard om hem van dichtbij te bekijken. Helaas komt de zon net van achter de waterval als wij er zijn, dus foto's maken is lastig. Wel is het een prachtig gezicht zo.

Img_0989 Img_0991_1 Img_1008_1
De waterval bestaat uit twee delen. Halverwege loopt een brug, een wandeling van 0,2 mijl. Gelukkig is het niet zo warm meer, dus die klim omhoog naar de brug levert geen problemen op. Vanaf de brug worden weer de nodige foto's gemaakt en dan bedenkt Marijke dat ze helemaal naar boven wil – nog eens 0,8 mijl steil omhoog. Verbaasd kijken we haar aan. In Mount Rainier had ze niet veel zin om te wandelen en nu wil ze opeens zo'n steile wandeling maken. Judith wil niet, en dus splitsen we op. Martin gaat met Marijke mee en Judith en ik gaan een koffie en een warme chocolademelk drinken bij de snackbar. Het duurt ruim een uur voordat Martin en Marijke terug zijn. De wandeling was niet meegevallen en de gouden regel dat watervallen vanaf beneden er altijd mooier uit zien dan van boven blijkt ook hier waar te zijn. Wel hebben ze onderweg nog een paar keer een mooi uitzicht op de rivier. We eten nog wat bij de snackbar en rijden dan weer verder. Eerst een stukje terug naar het oosten, en dan naar het zuiden, verder Oregon in.
Op mijn verlanglijstje staat de Timberline Lodge op Mount Hood maar we hebben al aardig wat bergen achter de rug en besluiten Mount Hood rechts te laten liggen. Weer een bochtige weg met veel bomen, maar als we Mount Hood voorbij zijn verandert de omgeving opeens; het landschap is hier vrij vlak en kaal, met wat struikjes en zo hier en daar een boom. Achter ons zien we de witte hellingen van Mt Hood en rechts van ons zien we een hele reeks vulkanen, waaronder de Three Sisters waar we in de buurt zullen overnachten. Er woedt een bosbrand, een van de bergen is verstopt achter de rook. We zijn even bang dat we niet naar onze camping zullen kunnen, maar gelukkig rijden we er toch nog op een redelijke afstand langs.

Img_1014_1 Img_1021_1 Img_1016 Img_1017
De KOA in Sisters is leuk aangelegd maar nog wel wat kaal. Er zijn veel afscheidingen met lage, witte, hekjes, zodat we het idee krijgen op een ranch rond te lopen. Het zwembad is van een behoorlijk formaat en we nemen allemaal een duik. We eten weer spaghetti, met een heerlijke saus van champignons, doperwten en een bakje kaassaus uit de supermarkt. Het is hier weer warm, buiten is het lekker, maar in de houten cabin blijft de warmte lang hangen.

Img_1022 Img_1027 Img_1032_1


Woensdag 26 juli 2006Overnachting: Union Creek ResortKosten: 90 dollarGereden afstand: 154 miles


Sisters_uc_1

Na een zelfgemaakt ontbijt, een partijtje minigolf en een was, verlaten we de camping en rijden naar Bend. Onderweg hebben we nog een mooi uitzicht op de Three Sisters.

Img_1027_1 Img_1035_1

In Bend rijden we naar het AAA-kantoor. Never Lost biedt de mogelijkheid om AAA-kantoren als adres in te voeren, heel handig, Zonder problemen vinden we dan ook het kantoor, waar we kaarten van Oregon en Californië halen – onze oude kaarten zijn al behoorlijk gescheurd en gekreukeld. Vlakbij zit een fotozaak waar we onze foto's op CD ROM laten zetten. Dit duurt behoorlijk lang, dus gelegenheid voor een kopje koffie met iets lekkers (duidelijk geen Amerikaans ontbijt gehad deze ochtend) bij Shari's. We kenden deze keten niet, maar een aanrader, zeker als je trek hebt in taart.
En dan weten we het even niet: we kunnen de US 97 naar het zuiden nemen, de snelste route naar Crater Lake, of we kunnen westelijker rijden via een scenic byway. Die laatste zal echter wel meer tijd kosten, en bovendien kunnen we nog langs Lava Butte als we de US 97 nemen. Dus gekozen voor de 97. Vlak onder Bend ligt Lava Butte. Dit gebied vol gestolde zwarte lava bevatte de restanten van een uitbarsting van zo'n 7000 jaar geleden van de Newberry vulkaan. We rijden naar het Entrance Station – onze NPS-pas is hier niet geldig. We nemen een dagkaart en krijgen een kaartje met een tijdstip waarop we naar de Butte kunnen rijden. In verband met de schaarse parkeerruimte boven, wordt het verkeer op deze manier gereguleerd. We hebben nog een half uur waarin we het Visitor Center bezoeken en een wandeling maken langs de Molten Lava Trail, een prachtige trail dwars door een onbegaanbaar zwart landschap. Het is al 6000 jaar geleden dat de Lava Butte is uitgebarsten maar nog steeds groeit hier maar zeer sporadisch iets.

Img_1041_1 Img_1044 Img_1046 Img_1050

De Lava Butte zelf valt wat tegen. Wel zitten we hoog en hebben een mooi uitzicht over alle vulkanen in de omgeving.
Hierna rijden we rechtstreeks naar Crater Lake. Bij een uitbarsting van de Mount Mazama is de top (zo'n 5000 feet hoog) ingestort. Door nieuwe lavastromen werd de bodem van de krater waterdicht en ontstond er een meer in de krater. Het meer wordt gevoed door sneeuw en regenwater, en is prachtig blauw.
We rijden langs de west rim, waar we een paar keer stoppen om het meer te bewonderen. Sommige mensen zijn heel enthousiast over dit park, maar wij vinden het toch een beetje tegenvallen. Wel is het meer inderdaad heel blauw. Zelf vond ik dat het meer superblauw was, maar dat kwam omdat ik mijn zonnebril nog op had.

Img_1064_1 Img_1068_1 Img_1069_1 Img_1072_1

De noordingang die wij hebben genomen, is pas in jui opengegaan in verband met de sneeuw. Ook nu zien we nog steeds sneeuw aan de kant van de weg liggen. We hebben de afgrond aan de rechterkant, dat is de kant van de weg waar wij rijden. De weg is smal en de afgrond dichtbij. Voor degenen die het meer helemaal rond willen rijden daarom de tip om met de wijzers van de klok mee te rijden, dan heb je de afgrond aan de andere kant van de weg.
   
Dan door naar Union Creek waar we een cabin hebben gereserveerd. Het is een eenvoudig, donkerhouten hutje, van binnen lijkt het een gewone motelkamer, met een koelkast en magnetron, en een kleine badkamer. Er is ook een achterdeur, en buiten staat een picknicktafel.

Img_1080_1 Img_1095_1 Img_1097
 
Aan de overkant van de weg hebben we een view point gezien en omdat het nog geen tijd is om te gaan eten maken we eerst nog een wandeling. De Rogue River stroomt hier door een nauwe doorgang, de Rogue River Gorge. Er zijn stroomversnellingen en een mooie waterval.
We eten bij Beckie's Cafe, aan de overkant van de Lodge. De bediening is erg aardig, het eten lekker en niet duur; inclusief fooi zijn we met z'n vieren 64 dollar kwijt. In de cabin is het erg warm. We durven geen deur open te doen vanwege de muggen en het duurt dan ook even voor we in slaap vallen.


Donderdag 27 juli 2006

Overnachting: KOA Camping Shingletown

Kosten: $ 66

Gereden afstand: 256 miles


Uc_shingletown_1

Hoewel Beckie's ook wel trekt wordt het toch een zelfgemaakt ontbijt aan de picknicktafel. Eitje erbij en dankzij het koffiezetapparaat op de kamer ook een bakje verse koffie.
We rijden nog een stukje naar het westen; we hebben gelezen dat de Rogue River hier in de buurt ondergronds gaat en dat willen we toch even zien. Er is hier een "lava tube"; een holle buis die gevormd is door lava die aan de buitenkant stolde terwijl de hete lava die nog door het binnenste stroomde hier uiteindelijk een holte overliet. We wandelen langs de rivier die inderdaad op een gegeven moment verdwijnt. Op een paar plaatsen borrelt het water omhoog, hier is de doorgang te smal om bij grote toevoer al het water te verwerken.
   
Dan rijden we weer terug langs de 62, richting Klamath Falls. Eerst weer door het bos, maar opeens maken de bossen plaats voor weilanden met koeien en heuvels en een besneeuwde berg in de verte. Na al die bossen is het heerlijk om weer eens een vrij uitzicht te hebben!

Img_1101_1 Img_1113
   
Het land is groen en drassig. Voorbij Klamath Falls wordt het echter droger en ruiger. We zien nu Mt Shasta. Eerst één top, maar als we dichterbij komen en de berg aan de linkerhand hebben zien we dat er nog een top is, lager dan de eerste. Het blijkt een soort uitstulping te zijn op de westkant van Mt Shasta.

Na Redding nemen we de 44 richting Lassen Volcanic NP. De KOA bij Shingletown waar we gereserveerd hebben ligt halverwege Redding en Lassen. Om vier uur zijn we op de camping. Het assortiment in de kampwinkel is zeer beperkt en Martin en ik rijden weer een paar mijl terug naar Shingletown om daar eten in te slaan. Helaas, het dorp is klein, en zo ook de winkel, maar we vinden toch een blik beefstew, en zelfs yoghurt voor het toetje. De kinderen gaan nog even zwemmen op de camping. Het is een redelijk zwembad maar toch iets te klein om baantjes te trekken dus wij blijven lekker aan de kant.
De cabin heeft maar een kamer, toen we reserveerden waren de tweekamer cabins al volgeboekt. Toch is het lekker ruim want het tweepersoonsbed kan omhoog geklapt worden tot een bank.

Img_1181_1 Img_1179


Vrijdag 28 juli 2006

Overnachting: KOA Camping Shingletown

Kosten: $ 66

Gereden afstand: 96 miles


Vandaag hebben we de hele dag om Lassen Volcanic NP te bekijken. Er loopt een weg van noord tot zuid door het park. Wij zitten 17 mijl van de noordingang. Het wordt dus wel wat heen en weer rijden vandaag want vannacht slapen we weer in onze cabin in Shingletown.
Onze eerste stop in het park is het Visitor Center. We bekijken een film over het ontstaan van het park en de ontwikkelingen na de uitbarstingen in 1914/1915. Er hangen een paar mooie grote foto's van de vulkaanuitbarsting uit die tijd.
Voor ons vertrek naar Amerika hadden we gezien dat er nog vele wegen gesloten waren in verband met de sneeuw. Inmiddels zijn alle wegen open, maar de Bumpass Hell Trail ligt nog steeds onder de sneeuw. Het is wel te doen, maar er wordt aangeraden om hiker's boots te dragen. Helaas, die hebben we niet. We besluiten om ter plekke te kijken hoe het pad er bij ligt. Het zou wel jammer zijn als we deze trail niet konden lopen, want juist hier vind je alle vulkanische bezienswaardigheden zoals fumaroles en mud pots.
Iets ten zuiden van het Visitor Center ligt de Devastated Area. Dit gebied is in 1915 volledig verwoest. Inmiddels hebben de bomen hier hun weg al weer gevonden zodat de naam eigenlijk niet meer juist is. Er loopt een korte wandeling doorheen, met informatieborden. We zien keien van meer dan een meter hoog die bij de uitbarsting zo'n 3 mijl van hun oorspronkelijke plaats weggeslingerd zijn.
De volgende stop is bij Bumpass Hell Trail. Onderweg er heen zien we langs de kant van de weg nog overal sneew liggen. Bij de parkeerplaats bij de Trail moeten we eerst drie keer een rondje rijden voordat er eindelijk een plekje vrij komt. Het pad ligt inderdaad vanaf het begin nog volledig onder de sneeuw. Omdat het geen vlak pad is, betekent dat veel glijden en glibberen. De meeste mensen die er lopen hebben goed schoeisel aan, maar we zien een paar waaghalzen met gewone gympen. Zonder uitzondering zijn ze een of meerdere keren uitgegleden en gevallen. Het pad is 5 km lang en dat vinden we toch te ver gezien de omstandigheden.

Img_1134_1 Img_1135_1

Op zoek dus naar een alternatief. Eerst rijden we nog door naar het zuiden, waar we lunchen vlak voor de zuidingang.  Vlak voor de zuidingang ligt nog een stoomgat, waar de lucht van eierpuf (zo noemt Marijke dat) uitkomt. Het stinkt vreselijk.

Img_1136_1

Na de lunch rijden we weer terug naar het noorden, via dezelfde weg. Het uitzicht is nu heel anders, zodat het lijkt of we een andere route volgen. We stoppen nog bij een bevroren meer, en de kinderen schrijven hun namen in een enorme muur van sneeuw.

Img_1142_1 Img_1144 Img_1150

Bij Kings Creek parkeren we de auto. Hier gaan we de wandeling naar Kings Creek Falls maken. Op het informatiebord bij het begin van de wandeling staat dat er twee routes zijn. De een is rechtstreeks, langs de beek, de andere, het ruiterpad, loopt er met een boog naar toe. We besluiten op de heenweg het ruiterpad te nemen en dat is een goede beslissing want het andere pad blijkt erg smal en steil; geschikter om omhoog te lopen dan naar beneden. Voor de zekerheid fotograferen we het bord op onze digitale camera. Dit voor het geval we de route onderweg niet goed meer kunnen vinden.

Img_1153_1
Het ruiterpad gaat zo hier en daar nog over stukken sneeuw, maar het is goed te doen, ook met onze schoenen. Regelmatig moeten we kleine stroompjes oversteken. De kinderen vermaken zich er prima mee, lekker spannend om van steen tot steen te springen. De waterval is indrukwekkend, zeker als je bedenkt dat dit hetzelfde stroompje is dat we op eerder door het weiland zagen kronkelen.

Img_1155 Img_1167_1 Img_1170 Img_1171_1 
We hadden gedacht ergens in het park te eten, maar er zijn geen mogelijkheden. We zetten de kinderen daarom op de terugweg af bij de camping en rijden dan weer door naar Shingletown om boodschappen te doen. Het wordt voor de verandering weer macaroni.
Al met al is Lassen National Park één van de onverwachte meevallers van de vakantie. We hadden ons er niet veel van voorgesteld en degene die alleen met de auto door het park heen rijdt (dat kan in twee uurtjes) zal er wellicht niet zo veel aan vinden, maar wie de auto aan de kant van de weg zet en ergens gaat lopen, zal een prachtig park ontdekken.


Zaterdag 29 juli 2006

Overnachting: Super 8 South Lake Tahoe

Kosten: $ 91

Gereden afstand: 243 miles


Sh_slt_1

Als we 's morgens aan de picknicktafel zitten te ontbijten zien we opeens vier grote schaduwen op de grond. Als we omhoog kijken, zien we tot onze verbazing zomaar vier grote adelaars laag over de camping vliegen. Gisteren in het park hebben we er niet één gezien en nu komen ze bij ons op bezoek. Voordat we echter een fototoestel bij de hand hebben, vliegen ze weer weg.
We hebben een lange autotocht voor de boeg vandaag. Vandaag is het eindpunt South Lake Tahoe. We rijden weer door Lassen en maken daar nog wat foto's bij een prachtig meertje.

Img_1184 Img_1186_1 Img_1191_1

Het is te merken dat het nu weekend is want het is overal drukker dan gisteren. De parkeerplaatsen bij Kings Creek en Bumpass Hell zijn nu allemaal bezet; gelukkig dat we dat gisteren al gedaan hebben.
We nemen de 89 en rijden door bosrijke gebieden. Quincy blijkt een leuk oud westernstadje te zijn, mét een Safeway waar we spullen voor de lunch inslaan. Bij een picknickplaats gaan we uitgebreid lunchen.

Img_1192_2

Dichter bij Lake Tahoe wordt het toeristischer, en ook drukker: het is zaterdag, en zeker de gebieden met water zijn met deze warmte populair.
De routeplanner wil ons ten oosten van Lake Tahoe laten rijden maar wij hebben bedacht dat het westelijke stuk misschien mooier is. We krijgen ruim de tijd om van dit stuk van het meer te genieten, want het is ontzettend druk en we kunnen nauwelijks harder dan stapvoets rijden. We wisten wel dat het niet handig was om hier in het weekend aan te komen, maar dat het zo erg zou zijn hadden we niet verwacht.
We vinden onze Super 8 gemakkelijk. Het motel ligt aan de Lake Tahoe BLvd, en heeft een aardig zwembad met een ruim grasveld er omheen.

Img_1215

We eten bij de McDonalds.


Zondag 30 juli 2006

Overnachting: Super 8 South Lake Tahoe

Kosten: $ 91

Gereden afstand: 10 miles


Martin is jarig vandaag. We hebben een (buiten)thermometer in Olympic National Park voor hem gekocht en bij wijze van overige verjaardagscadeaus mag hij vandaag zeggen wat hij wil doen. We staan vrij laat op en ontbijten bij de IHOP die vlakbij ons motel ligt. Er staat al een vreselijke lange rij die alleen maar langer wordt. Toch valt het wachten wel mee. Dan willen we met de Heavenly Gondola naar boven. Judith heeft geen zin, die blijft liever op de kamer, met tv en een boek. Met z'n drieën rijden we naar het parkeerterrein bij de gondel. Halverwege is een uitzichtpunt waar je een mooi uitzicht hebt over Lake Tahoe. We stappen hier uit en maken wat foto's.

Img_1196_1 Img_1194

Dan verder omhoog. Boven is niet veel te beleven, er lopen wat wandelroutes maar we willen niet te lang wegblijven.
We gaan weer terug, kopen kaartjes voor een concert van Paul Simon (daarover straks meer) en halen Judith weer op om naar de Magic Carpet Midgetgolfbaan te rijden. Vier jaar geleden zijn we hier ook geweest en de kinderen willen graag nog eens. Het is een heel wonderlijke midgetgolfbaan met allerlei bijzondere hindernissen op de baan: spinnen die heen en weer boven de hole bewegen, dinosaurussen, een watermolen met een draaiend rad enzovoorts, enzovoorts. Er zijn drie verschillen parcoursen waarvan we er twee doen.

Img_1206_1 Img_1208_1

Bij het inleveren van de stokken en ballen mag je de bal in een soort gokmachine doen. Als je wint mag je gratis nog een rondje. We hebben pech (vinden de kinderen)  / geluk (vinden wij) en mogen / hoeven niet nog een rondje.
Terug bij het hotel rusten wij nog wat uit terwijl Judith en Marijke nog even gaan zwemmen. Daarna eten we bij Applebee's. Ook hier een lange rij voor ons, terwijl we toch erg vroeg zijn. Het is voor ons de eerste keer dat we bij Applebee's eten, en we vinden het zeker voor herhaling vatbaar. Heerlijk om eens iets anders te eten dan fast food of de biefstuk met "soup or salad". Mijn lintmacaroni met broccoli en garnalen in Alfredo-saus smaakt heerlijk en ook de cheesecake mag er zijn.
En dan het hoogtepunt van de avond: een openluchtconcert van Paul Simon. Martin had thuis toevallig op internet gezien dat deze op de dag dat wij in South Lake Tahoe waren hier optrad en het leek hem leuk om eens zo'n concert in Amerika mee te maken. Zijn concert was er eentje uit een serie zomerconcerten. De weeke ervoor hadden Crosby, Stills, Nash and Young er op getreden. Dat die nog leefden, laat staan dat ze nog optraden. Tussen de middag waren we even langs het theater gereden dat achter het Harvey-casino ligt en er bleken nog kaartjes te koop. ($60 per persoon). Nu is het met een openluchttheater altijd een beetje een gok met het weer maar 's avonds bleek het weer nog zonder meer goed te zijn.

Het voorprgramma begint om half 8 en wij zijn er ongeveer een kwartier van te voren. Nog veel te vroeg blijkt wel, want het duurt even voordat het voorprogramma begint (een gitarist die alleen instrumentale country and western liedjes speelt; wanneer gaat hij nou eens zingen vraagt een verontwaardigde Marijke). Na dit (saaie) voorprogramma duurt het nog eens een keer een half uur voordat we eindelijk Paul Simon te zien krijgen. Gelukkig is het al een plezier op zich om naar het publiek te kijken; hoewel alle leeftijden wel vertegenwoordigd zijn ligt de nadruk toch bij de wat hogere leeftijden. In een recensie van een ander concert van hem schreef de recensent dat dit het eerste concert was waar hij mensen met een rollator had gezien. We voelen ons opeens weer jong. Het is erg leuk om naar het publiek te kijken. Jammer dat we geen fototoestel meegenomen hebben. Op de kaartjes stond dat fotograferen verboden was, dus hadden wij, brave Hollanders, geen toestel meegenomen. Een paar honderd andere bezoekers had hier zich echter niets van aangetrokken en er werden dan ook veel foto's tijdens het concert gemaakt. Tijdens het voorprogramma maar ook daarna nog wordt er druk door een deel van het publiek heen en weer gelopen. Sommige mensen blijven ook tijdens het hoofdprogramma lopen of staan, zodat er veel plekken op onze tribune vrij blijven, waar wij van profiteren door al snel naar een betere plek te verhuizen. (Pal voor Judith en Marijke zaten twee Amerikanen waarvan gezien hun omvang het terecht zou zijn geweest als deze een extra kaartje hadden moeten kopen).
Paul Simon heeft een hele band meegenomen. Deels speelt hij oude Simon en Garfunkel liedjes (heel leuk om te zien hoe het publiek massaal het la-la-laai refrein uit 'The Boxer' mee zingt), deels zingt hij liedjes uit zijn soloperiode. Nu we hem in het echt zien, valt het ons pas op hoe klein hij eigenlijk is. Wij dachten altijd dat Art Garfunkel zo groot was maar het is Paul Simon die zo klein is. Wij vinden het concert geslaagd maar voor Marijke dreigt het in een klein drama te eindigen. Halverwege het optreden van Paul Simon verliest ze namelijk haar ring. Huilend probeert ze hem te zoeken maar ze kan hem nergens vinden. Waarschijnlijk is hij tussen de banken door onder de tribune op de grond gevallen. Ze vraagt aan iemand van de security of ze onder de tribune mag kijken. Dat mag maar pas na afloop van het concert als het licht weer aangaat. Na de laatste toegift ('Bridge over Troubled Water' met gitaarbegeleiding in plaats van piano) gaat ze samen met Judith onder de tribune zoeken. Wonder boven wonder vinden ze hem. De opluchting  bij Marijke is groot.
Na het concert gaan we nog even Harveys in. Judith wil graag even haar MSN checken op het internet (dat kan daar à 49 cent per minuut). Terwijl wij staan te wachten loopt Paul Simon op een gegeven moment pal achter ons langs naar de lift. Van dichtbij valt op dat hij er al redelijk oud uitziet, wat op zich natuurlijk niet verwonderlijk is want hij is van 1941, dus al  65 jaar. Detective Martin constateert door naar de lichtknopjes te kijken dat hij een kamer heeft op de 11e van de 19 verdiepingen die het hotel telt.
Onderweg terug naar ons hotel stoppen we nog even bij de McDonalds voor een milkshake voor Marijke.


Maandag 31 juli 2006

Overnachting: Curry Village, Yosemite NP

Kosten: $124

Gereden afstand: 224 miles


Slt_to_cv_1

We ontbijten heel eenvoudig in het motel met koffie, jus d'orange en zoete broodjes. Niet genoeg om er een hele dag op te teren dus we rijden eerst nog langs een supermarkt. Ook stoppen we even bij het vlakbij gelegen AAA-kantoortje. We waren bij het vorige kantoor vergeten om een kaart van het gehele westen van Amerika te vragen. We vinden het altijd leuk om op een dergelijke kaart onze route met een gele markeringsstift aan te geven.
Vanaf South Lake Tahoe zijn er meerder mogelijkheden om naar Yosemite te rijden. Een logische route is die langs Bodie en Lee Vining, om via de Tioga Pass het park binnen te rijden. Wij zijn echter al bij een vorige vakantie in Bodie geweest en we zullen later in de vakantie nog de Tioga Pass nemen, en besluiten daarom om nu via de SR 88 te gaan.
Dit blijkt een verrassend mooie route door de bergen te zijn. We rijden over de Kit Carson Pass. Onderweg picknicken we aan een picknicktafel met een mooi uitzicht over een meer. Ook komen we het zoveelste bord 'roadworks ahead' tegen.
Img_1216_1 Img_1217_1 Img_1220_1  Img_1218
Bij Jackson komen we op de Historic Hwy 49, de oude goudzoekersroute. We zien een paar merkwaardige reclameborden. Zo adverteert een kapper met de kreet: "If you got hair, go to …"  en een antiekhandelaar prijst zijn waren aan met de mededeling dat hij antiek op voorraad heeft, zowel oud als nieuw!
We rijden nog een stukje naar het noorden om Sutter Creek te bezoeken. Volgens de Lonely Planet zijn er leuke winkels dus dat leek wel aardig voor de dames. Helaas, de winkels vallen tegen, maar het plaatsje, uit 1850, ziet er authentiek uit. Leuk, vind ik, maar Martin vindt het maar niets, hij noemt het kitsch.

Img_1222_1 Img_1225 Img_1226_bewerkt
Verder naar het zuiden maken we een stop bij het Columbia State Park. Dit stadje kent nog een oud deel, dat helemaal weer in de stijl van de jaren '50 van de 19e eeuw is teruggebracht. Er lopen mensen rond in kleding uit die tijd, de winkels zijn  ingericht zoals ze toen ingericht waren en er worden beroepen uit die tijd uitgeoefend. 

Img_1232 Img_1234_1

Martin vindt het allemaal maar supertoeristisch. Vergeleken met dit Columbia State park vindt hij nu opeens dat Sutter een origineel authentiek Amerikaans dorpje is.
Vlakbij het parkeerterrein is er een mogelijkheid voor "gold panning": goud zoeken met behulp van een schaal waarin zand en grind met water wordt rondgedraaid, zodanig dat op een gegeven moment het eventueel aanwezige goud als glinsterende stukjes zichtbaar zijn.
Je kunt een "pan" huren, en zelf aan de slag gaan, maar voor een paar dollar meer kun je ook nog een toelichting erbij krijgen met een oefenpan waar al wat goud in verstopt zit. Helaas wordt er niet veel gevonden. Dat is ook niet zo verwonderlijk omdat het best wel druk is en iedereen de hele dag in hetzelfde zand staat te zoeken. Behalve het goud dat in hun oefenpan zat (zes korreltjes) vinden Judith en Marijke zelfs ondanks onze zeer deskundige hulp nog slechts 1 goudkorreltje. Wel vinden ze nog wat mooi gekleurde steentjes en al met al vinden ze het toch wel leuk om te doen.

Img_1237 Img_1238

Om half vijf besluiten we dat het hoog tijd wordt om verder te rijden, richting Yosemite. Het is nog een aardig eindje rijden, en de wegen zijn bochtig. Het is dan ook al 7 uur als we eindelijk in onze kamer zitten in Curry Village. Hier heb je tenten, cabins en er zijn een paar motelkamers. Van deze laatste zijn er niet veel van, maar wij zagen een half jaar geleden opeens op internet dat er een voor drie dagen vrij kwam en hebben toen deze geboekt. Het is een eenvoudige motelkamer maar we hebben een eigen douche, wc, privacy en geen snurkende buren in een tent naast ons.

Img_1351_1 Img_1352_1
Als we de auto uitgepakt hebben, zoeken we een plekje op de grote parkeerplaats bij Camp Curry. Dat valt nog niet mee, het hoofdgedeelte staat helemaal vol en we rijden naar het onverharde terrein ernaast. Hier kiezen we een plekje uit waarvan we denken dat er de minste kans is dat een beer onze auto gebruikt als opstapje naar de takken met appels van deze voormalige boomgaard. Ook de vrije plek pal naast een door de rangers neergezette grote berenval lijkt ons niet zo'n goede keus. Uiteindelijk parkeren we de auto ergens onder een dennenboom en halen daarna al onze bagage (en alle voedselkruimels) uit de auto. Bij het inchecken moesten we een formulier tekenen waarop stond dat we geen voedselresten in de auto mochten achterlaten opdat beren niet in de verleiding zouden komen om de auto open te breken. Als we dat toch zouden doen, dan kon je een boete krijgen.
We pakken daarna de gratis shuttlebus en rijden naar de Yosemite Lodge om daar te eten.


Dinsdag 1 augustus 2006

Overnachting: Curry Village, Yosemite NP

Kosten: $124

Gereden afstand: 0 miles


Yosemite_map Valleymap1000

Vandaag onze eerste echte dag in Yosemite. We ontbijten bij Curry Village. Het buffet biedt de keuze uit roerei, spek, worstjes (ook vegetarische), french toast, aardappelen, cereals, fruit en de nodige zoete dingen. Misschien komt het omdat we vrij laat zijn, maar de roereieren zijn koud, en het spek is wel heel erg krokant gebakken. Na het ontbijt lopen we naar de raft rental. De kinderen willen graag met een rubberen boot de Merced rivier afvaren. Vooral voor Martin hoefde het niet zo. Hij had nog even de hoop dat het water te laag zou staan en dat het raftseizoen al afgelopen zou zijn, maar doordat er deze winter veel sneeuw in Yosemite gevallen is, staat er nog voldoende water in de rivier en moet hij er aan geloven. Er staat al een lange rij. We krijgen allemaal een zwemvest en twee peddels per boot, en na een korte instructie mogen we een boot pakken en hem aan de overkant van de weg te water laten en beginnen aan onze tocht. Op sommige punten is de stroming zo sterk dat er niet tegenin te peddelen valt. Soms maken we spontaan een rondje. We gaan ergens bij een strandje even aan land, en Marijke gaat zwemmen.

Img_1254 Img_1255 Img_1263_1 Img_1270_1 Img_1264_1

Na een tocht van een kleine twee uur hebben we het eindpunt bereikt en daar moeten we de boot weer op de wal hijsen. Met het zwemvest nog aan wachten we op de bus die ons weer naar Curry Village terug zal brengen; de zwemvesten zijn het bewijs dat we betaald hebben.

We lunchen bij Curry Village; er is pizza, hot dog en aan de andere kant een taqueria met Mexicaanse hapjes. Daarna gaan we met de gratis shuttlebus naar het Visitor Center. We willen graag eens vanaf de Tioga Road naar de Valley lopen. Helaas heeft de ranger die we spreken hier absoluut geen ervaring mee. Hij kan niet zeggen hoever het is, hoe het pad is en hoeveel tijd het zal kosten – verder dan naar een topografische map verwijzen komt hij niet. Wel wordt duidelijk dat het een behoorlijk lange wandeling zal worden. Ik had ergens gelezen dat het een makkelijke wandeling is, via Porcupine Creek, maar ik krijg nergens een bevestiging daarvan. We besluiten uiteindelijk om er maar vanaf te zien. De kinderen zijn er ook niet erg voor te porren. We vragen nog een overzicht van day hikes in het Hetch Hetchy gebied, en van Tuolumne Meadows.
Omdat de Yosemite Falls – in tegenstelling tot wat we verwacht hadden – nog niet droog staan, lopen we vanaf het Visitor Center naar de Lower Yosemite Falls. Er komt nog best veel water naar beneden. Het is vreselijk druk bij de waterval. Img_1280Veel mensen klauteren over de natte stenen. De kinderen gaan ook nog even een eind door het water lopen. Inmiddels is het al 4 uur. We hebben wel zin om te zwemmen en gaan terug naar CV. Nadat we ons omgekleed hebben en bij het zwembad komen blijkt dat het bad leeg is. Er hangt een briefje dat het gesloten is en dat gasten van Curry Village gebruik mogen maken van het zwembad bij de Lodge en dat dat zwembad tot 5 uur open is. Het heeft geen zin meer om daar naar toe te gaan, het is al half 5 geweest. Jammer dat we het niet wisten, dan hadden we na het bezoek aan de Yosemite Falls meteen naar de naastgelegen Lodge kunnen gaan. Later ontdekken we dat het bad tot 6 uur open is, was het dus achteraf toch nog wel de moeite geweest.
Martin en ik besluiten toch nog even actief te worden en we nemen de bus naar Happy Isles om de Vernal Fall te gaan bekijken. Dit betekent een behoorlijke klim, langs de Mist Trail omhoog. Er zijn weinig andere mensen die op dit tijdstip nog omhoog gaan, maar we komen veel mensen tegen die naar beneden lopen. De meeste hebben er waarschijnlijk al een flinke wandeling op zitten want iedereen ziet er vermoeid uit. Gelukkig is het nu niet zo warm meer, dat maakt het voor ons een stuk gemakkelijker. Ik wil tot aan de brug waar je een prachtig uitzicht hebt op de waterval. Maar als we eenmaal daar zijn wil Martin toch nog wel een stuk langs de Mist Trail lopen. Uiteindelijk lopen we helemaal nog tot het stuk waar de "trap" naar boven gaat, bijna bij de bovenkant. Er spetteren behoorlijk veel waterdruppels van de waterval (het heet niet voor niets Mist Trail) en om onze nieuwe digitale camera maar niet al te nat te laten worden, nemen we maar niet te veel foto's.

Img_1290 Img_1303 Img_1301_2
We eten bij Curry Village, lekker dichtbij. Daarna weten we een tafeltje in de lounge te bemachtigen en spelen we nog een spelletje kaart.


Woensdag 2 augustus 2006

Overnachting: Curry Village, Yosemite NP 

Kosten: $124

Gereden afstand: 80 mijl


Cv_to_hh_2

We zijn al meerdere keren in Yosemite geweest maar hebben nog nooit Hetch Hetchy bezocht. Het gebied ligt ook niet in de buurt van de andere populaire bestemmingen in Yosemite. Toch is een bezoek aan te raden. De Hetch Hetchy vallei is te vergelijken met Yosemite Valley, alleen is deze laatste drie keer zo groot. In het begin van de vorige eeuw is echter – ondanks fel protest van John Muir – besloten de Tuolumne River die door de vallei stroomt in te dammen om San Francisco van stroom en water te kunnen voorzien.
Nu is er een groot blauw meer waar eens de meadows waren. De twee watervallen die er in uit komen zijn een stuk minder hoog geworden. Het blijft mooi maar je vraagt je af hoe het geweest zou zijn zonder de dam.
Om er te komen moet je eerst het park weer verlaten. We volgen de 120 en gaan bij de Hetch Hetchy entrance het park weer binnen. Vanaf Yosemite Village is het ongeveer 1,5 uur rijden. Bij de dam is er een kleine parkeerplaats. We lopen over de dam en zien het geweld waarmee het water een stuk verderop weer zijn weg vervolgt. We lopen over de dam en door een tunnel. Daar begint een trail die naar de Wapama Fall voert.
We zijn eigenlijk niet van plan om de wandeling helemaal te doen – er staat ongeveer 4 uur voor – maar uiteindelijk doen we het toch: we willen de waterval die we op een gegeven moment uit de verte zien toch ook van dichtbij bekijken. Het pad is op de heenweg licht stijgend maar door de hitte (Hetch Hetchy ligt lager dan Yosemite Valley) niet makkelijk.
We maken hierbij twee klassieke fouten. De eerste is dat we te weinig water meegenomen hebben. Hier komen we op de heenweg achter en in plaats dat we omkeren maken we de tweede klassieke fout: we lopen door, immers we zijn al zo dicht bij. De waterval is niet echt indrukwekkend maar de vallei wel. Langs de hele trail hebben we een mooi uitzicht op het meer en de rotsen aan de overkant.

Img_1307_1 Img_1314 Img_1324 Img_1348

Het is zeer de moeite waard om deze kleine zuster van Yosemite Valley eens een keertje te bekijken. Neem dan wel voldoende water mee! Bij ons was dit halverwege de terugweg op en het laatste stuk van de wandeling al liepen we dan ook kreunend en steunend. We waren blij dat we bovenop de dam een waterkraantje zagen.

Het is al halverwege de middag als we terug zijn in de vallei. We besluiten te gaan zwemmen bij Yosemite Lodge (het zwembad bij Curry Village is nog niet open). Daarna eten we bij deze Lodge: we worden er al handig om allemaal iets bij de verschillende counters te halen en toch tegelijkertijd bij de kassa aan te komen.
Bij Curry Village teruggekomen is er een rangerpraatje. Eerst leert de ranger de jongste kinderen een liedje, dat wij ook binnen no-time kunnen meezingen:
Black socks, they never get dirty /  the longer you wear them the blacker they get. / Someday I think I shall launder them / but something keeps telling me don't do it yet, / not yet, / not yet.
Vervolgens vertelt ze een interessant verhaal over vleermuizen in het park en legt uit dat het heel nuttige beesten zijn. Ze eten de hinderlijke insecten, zoals de muggen en ander onplezierige steekbeestjes op. Ook legt ze uit dat de knal die we vlak voor het praatje hoorden, een soort vuurwerk was, bedoeld om beren af te schrikken. Volgens haar komen er elke avond/nacht beren naar Curry Village om te kijken of er nog voedselresten zijn.
Als het praatje is afgelopen, is het al donker. We hebben zaklantaarns bij ons en Marijke vraagt of ze in het donker over de boardwalk in de meadow vlakbij de parkeerplaats bij Curry Village mag lopen. Ze wil graag die beren zien. Omdat we niet verwachten dat er nu al beren lopen, het is nog te vroeg en te druk, mag het. Samen lopen we met haar over de boardwalk. We schijnen wat met de zaklantaarns over het hoge gras maar zien uiteraard niets. Ik grap nog tegen de kinderen dat er wel honderden beren in het hoge gras kunnen zitten, zonder dat we zouden zien, als ik opeens wat geritsel in het gras hoor. Een hert roep ik. Geen seconde sta ik er bij stil dat het wel eens een beer kan zijn, maar het is er wel eentje! Als Marijke en Martin er met de zaklantaarn er op schijnen, komt opeens een vrij grote beer uit het struikgewas te voorschijn en steekt twee meter voor ons uit de boardwalk over. We schrikken ons lam. Helemaal als we nog meer geritsel in het donker horen. Deze keer is het echter een ranger die opeens uit het donker opduikt. Hij is de beer aan het volgen om hem bij de mensen weg te houden.
Marijke en Judith zijn helemaal opgewonden en tot 's avonds laat in bed wordt er over deze ontmoeting met een beer in het donker gesproken.


Donderdag 3 augustus 2006

Overnachting: Grant Grove Village, Kings Canyon NP

Kosten: 83 dollar

Gereden afstand: 164 mijl


Cv_to_kc_2

Voorlopig de laatste dag in Yosemite. Na Las Vegas en Death Valley komen we hier nog weer terug. Dan willen we wat meer in de buurt van Tuolumne Meadows wandelen. We ontbijten weer bij Curry Village en rijden dan richting Fresno. Onderweg bekijken we nog even de Bridalveil Fall. In tegenstelling tot Yosemite Fall die nu merkbaar minder wordt, blijft deze waterval de hele zomer door water geven. Dit komt omdat het bovengelegen terrein anders is; hier geen kale rotsen maar weiden en bossen die het water langer vasthouden en langzaam afgeven. John Muir was zich al bewust van het belang van het achterland voor de vallei en heeft er daarom ook voor geijverd om niet alleen de vallei maar een veel groter deel tot nationaal park te verklaren. Voordat we de vallei uitrijden stoppen we nog even bij de parkeerplaats vlak voor de tunnel richting de weg naar Wawona en maken nog wat foto's van de vallei.

Na de vallei rijden we over de highway 41 richting Wawona en vandaar richting Fresno. Onderweg hebben we nogal wat roadworks die voor oponthoud zorgen.Voorbij Oakhurst zijn er steeds minder bomen, de heuvels worden steeds vlakker en kaler. In Fresno lunchen we bij de McDonalds. We draaien ook even een was, er blijkt een laundry vlakbij de McDonalds te zitten.

Img_1359_1

De eigenaren behoren blijkbaar tot de Jehovagetuigen want er liggen diverse uitgaven van die vereniging. In één van de blaadjes staat een groot verhaal over de watersnoodsramp van 1953 in Zeeland. Opmerkelijk genoeg is dit de tweede keer deze vakantie dat we in Amerika iets over deze Nederlandse ramp zien. Eerder zagen we op tv op The Weather Channel al een reportage over de watersnoodramp.

Na Fresno zien we veel fruitbomen en ook fruitstalletjes langs de weg. Om 4 uur zijn we in Grant Grove Village in Kings Canyon NP. Er is een Visitor Center, een winkel, een postkantoor en een restaurant. En natuurlijk de cabins. We hebben een grote cabin met 3 bedden (doubles) zodat de kinderen elk een eigen bed hebben. Vinden ze heerlijk. Binnen een mum van tijd ligt de kamer vol met rotzooi. Buiten hebben we liefst twee picknicktafels, waarvan er eentje onder een overkapping. Helaas hebben we geen eigen douche en toilet. Dat bevindt zich in een apart gebouwtje. Het sanitair is er oud, maar het werkt allemaal wel.

Img_1373_1 Img_1370_1

We gaan bij het Visitor Center langs en kopen er nog een boekje met korte wandelingen voor Kings Canyon en Sequoia. Het zijn officieel twee parken maar ze worden als 1 park beheerd. Daarna bekijken we nog even een film over Kings Canyon. Het is een rustig park omdat er maar weinig wegen zijn. De wandelmogelijkheden zijn er echter enorm, vooral meerdaagse wandelingen. Ook zijn er plaatsen met grote Sequoia's, zoals de General Grant Grove. Deze grove bezoeken we nog voor het eten. We volgen de wandeling aan de hand van de brochure die je aan het beginpunt van de wandeling kunt kopen. De laagstaande zon maakt dat de hoge dikke bomen van onderen beschenen worden, een prachtig gezicht. Je krijgt pas goed een indruk van de omvang van de bomen als je ze in verhouding tot andere voorwerpen, zoals "mensen" ziet. Niet alle bomen zijn overigens zo breed. Er staat ook "jonge" aanplant. De eerste driehonderd jaar groeien de bomen vooral in de lengte, daarna worden ze pas breder.

Img_1391 Img_1396 Img_1418
    
We eten in het Grant Village Restaurant. Smaakt prima.


Vrijdag 4 augustus 2006

Overnachting: Grant Grove Village

Kosten: 83 dollar

Gereden afstand: 95 mijl


We ontbijten buiten aan de picknicktafel met onze laatste eieren. Het brood gaat er bij de kinderen maar moeilijk in, de volgende keer maar weer op zoek naar een Frans brood. Als we klaar zijn met het ontbijt, gaan de kinderen de afwas doen. Althans, dat was het plan van de ouders. De kinderen zelf hebben iets geheel anders in gedachten. Zij gaan op zoek naar berensporen in de bosjes achter onze cabin. Van alle parken in Californië schijn je in Sequioa de grootste kans te hebben op het zien van beren, dus mag er beslist geen tijd verloren gegaan worden met zo iets triviaals als afwassen.
Img_1421_1

Als wij klaar zijn met de afwas – de kinderen hebben ondertussen geen beer gezien – gaan we op pad. We volgen vandaag de SR 180 tot aan het eind, door de Canyon waar het park naar genoemd is. We zijn nog nooit in dit deel van het park geweest en dat blijkt een ernstige ommissie te zijn. Het is werkelijk een prachtige canyon. Het eerste stuk rijden we nog door het bos. Dan begint de weg te stijgen en in de verte zien we al de bergen van de Sierra Nevada. Op een gegeven moment zien we in de diepte de Kings Rivier lopen
      
Onderweg besluiten we te tanken bij Kings Canyon Lodge, het laatste punt waar dit mogelijk is aan deze weg. We hebben weliswaar nog een halve tank benzine maar de pomp bij deze lodge blijkt uit 1926 te stammen, volgens het bord is dit de oudste nog werkende pomp van Amerika.Img_1425_1 De pomp lijkt een beetje op een pomp die we een keer in het spookstadje Bodie gezien hebben. Alleen die was helemaal kapot en deze werkt nog. Zelfbediening is uit den boze, een dame die uit de lodge komt lopen bedient het oude ding. De benzine bevindt zich in een doorzichtige tank en de hoeveelheid wordt op het oog afgemeten. Bij het terughangen van de nozzle wordt er wat benzine verspild. De geschrokken dame roept uit: It's like gold these days! Nu, dat geldt hier zeker, we betalen liefst 4,75 dollar per gallon! Maar daarvoor tanken we wel bij de oudst werkende benzinepomp van Amerika. Overigens, als zuinige Hollanders nemen we niet meer dan de minimaal verplichte afname van 6 gallon.
Na de Kings Canyon Lodge daalt de weg totdat we naast de rivier rijden. Dit levert prachtige plaatjes op; de rivier is vrij smal maar stroomt krachtig en overal zijn kleine watervalletjes en stroomversnellingen. Er mag niet gevaren worden vanwege de krachtige stroom. De weg klimt nu weer langzaam als we de rivier verder stroomopwaarts volgen. We stoppen even bij de Roaring River Falls. Een korte wandeling voert hier naar een waterval. Bij het begin van het pad staat een bord waarop aangegeven staat dat je hier geen geweer mag hebben, niet met een scooter mag rijden en je hond niet mag uitlaten, een vreemde combinatie. De waterval is niet hoog, hij is zelfs klein, maar is vrij breed en mooi gelegen.

Img_1426_1 Img_1428 Img_1436 Img_1437_1

Dan rijden we verder tot aan het parkeerterrein bij Zumwalt Meadows. Hier maken we een langere wandeling, om de Meadow heen. Het is een wandeling van ongeveer 2 km. Eerst lopen we door de rotsen en vervolgens door een bos en langs de rivier en een 'meadow' weer terug. Aan de overkant van de rivier hebben we uitzicht op de North Dome, een rots die bijna even hoog is als de indrukwekkende El Capitan in Yosemite. De omgeving doet hier ook erg aan Yosemite denken met de grijze rotsen. Vervolgens rijden we verder tot aan Roads End. Hier bevindt zich de rots waar John Muir regelmatig vol vuur de leden van de Sierra-club heeft toegesproken. Het is hier erg druk, veel gezinnen die hier uitgebreid zitten te picknicken. Ook veel mensen die het koude water en de stroming trotseren en gaan zwemmen. Ook Marijke gaat nog even pootjebaden.

Img_1442 Img_1455

's Avonds eten we weer bij het Grant Village restaurant. We worden nu geholpen door een wat oudere dame die er duidelijk geen zin in heeft. Omdat Marijke vegetarisch is vragen we of ze french fries met groente kan krijgen. Dat wil zeggen: dat proberen we te vragen. Tot twee keer toe word ik onderbroken. We zwichten voor haar tweede suggestie: een vegetarische burger. Helaas wordt dit weer zonder groente geserveerd. Voor het eerst maken we mee dat we een toetje op tafel gezet krijgen zonder dat de borden van de hoofdmaaltijd afgeruimd zijn; meestal worden de borden meteen weggehaald als je klaar bent met eten. Zelfs als ze alle toetjes geserveerd heeft laat ze de borden op tafel staan. Dat is dus een lage fooi!
Na het eten gaan we nog even naar het Panoramapoint. Een smalle weg van zo'n 1,5 kilometer lang, die vlakbij onze cabin begint, leidt naar een punt waar je een mooi uitzicht hebben over het woeste achterland van het park.

Img_1468_1

Onderweg stoppen we nog bij een veldje waarvan wij experts vinden dat het een typisch een veldje is waar beren zich in de avondschemering zouden kunnen ophouden. De beren zijn het niet met ons eens en er is dus geen beer te bekennen, althans wij zien ze niet.


Zaterdag 5 augustus 2006

Overnachting: Orchid Suites, Los Angeles

Kosten:

Gereden afstand:


Kc_to_la_1

Vandaag vertrokken uit Kings Canyon NP. Het ontbijtbuffet bij Grant Village blijkt geen aanrader! Prijzig en weinig keus en dezelfde dame als gisteravond die blijkbaar continu in een slecht humeur is. Geen refills, en ook geen fooi (hoe ga je daar eigenlijk mee om bij een buffet waar het drinken wel geserveerd wordt?).
De rit voert door Sequoia National Forest en dan door Sequoia NP. Hier hebben we nog twee bezienswaardigheden op het programma staan: de Sherman Tree en Moro Rock. We zijn vroeg vertrokken en kunnen gelukkig makkelijk een plaatsje op de General Shermanparkeerplaats vinden. Vroeger kon je je auto vlakbij de boom parkeren, maar dat mag nu alleen nog maar als je in het bezit bent van een invalidenkaart. Anders moet je je auto op een nieuw aangelegd parkeerterrein parkeren, waarvan het nog best een stuk wandelen (met klimmen en dalen) naar de boom toe is. Onderweg naar de boom komen we het zoveelste eekhoorntje tegen. Ook deze moet door Marijke op de foto gezet worden.

Img_1487_1 Img_1492_1 Img_1504_1
De Sherman Tree is het grootste levende wezen op aarde. Hij is niet de hoogste boom op aarde en ook niet de breedste maar de qua combinatie (hoogte maal breedte) is hij wel de grootste. Dat is dus moeilijk fotograferen. Ook met groothoeklens is hij niet op één foto te krijgen. Er staan meerdere grote sequoia's, prachtig gezicht, die statige reuzen.
       
Vervolgens rijden we naar de Moro Rock. Er gaat een smalle, hobbelige weg naar toe. Op de parkeerplaats bij Moro Rock is niet veel plaats. Gelukkig kunnen we nog net het laatste vrije plekje bemachtigen. De Moro Rock is een grote kale rots. Onderweg en bovenop heb je een prachtig uitzicht over de Sierra Neveda en de heuvels in het westen. De klim geschiedt met behulp van een aangelegde trap naar de top. De klim valt wel mee als je zo nu en dan eens een foto maakt. Bij helder weer zou je de bergruggen aan de kust kunnen zien, maar dat komt door de luchtvervuiling steeds minder voor. Ook nu zien we een lichtgekleurde nevel hangen; de vervuiling van de Bay-area die naar het oosten gaat en dan tegen de bergen blijft hangen.
Martin_op_trap_1 Steem_boven_op_berg Img_1515
Dan verder naar het zuiden. We rijden het park uit, wat niet snel gaat; de weg is bochtig en er zit iemand voor ons die uitgebreid de tijd neemt voor elke bocht. Op dit stuk van de weg kom je gemiddeld beslist niet boven de 30 mijl per uur. Als we het park uit zijn worden de bomen schaarser totdat er alleen nog maar kale, droge heuvels zijn met zo hier en daar een boom. Later komen we steeds meer fruitteelt tegen; druiven, maar vooral citrusbomen (citroenen volgens expert Martin). We lunchen in Visalia bij de McDonalds. Niet onze favoriet, maar ik heb de Asian Salad ontdekt, en die bevalt goed. Dan via Bakersfield naar LA. Eerst nog een lange recht weg door een vlak landschap, het lijkt wel of we in Nederland zitten. Dan nog een heuvelachtig gebied. Vlak voor LA staan we stil, waarschijnlijk een ongeluk, want dichter bij de stad stroomt het weer sneller door. We nemen de 170 en dan de Franklin Avenue naar ons hotel.

Het hotel zit vlak achter de Hollywood Blvd. Het blijkt dat we een suite hebben met een volledig ingerichte keuken en eettafel. Hadden we dat geweten dan hadden we onderweg nog wel wat eten in kunnen slaan. Nu hebben we niets voor het ontbijt in huis, de koelbox is nagenoeg leeg. In de hal staat een pc met internetaansluiting en terwijl wij de spullen een beetje opbergen zijn de kinderen druk bezig met het beantwoorden van mail. Dan gaan we naar het Hollywood Center en natuurlijk naar de Walk of Fame. Bij binnenkomst ontdekt Martin tot zijn grote teleurstelling dat hij net een uur te laat is om een presentatie van Barcelona (Nike proudly presents Barcelona) mee te maken. Zijn favoriete buitenlandse club blijkt net vertrokken te zijn. Het enige dat nog rest is een voetbalveldje met foto's van Barcelona-spelers en camera's.

Img_1521_1 Img_1528
We eten bij de California Pizza Kitchen, in het Hollywood Center. Dit center is nieuw en ligt naast ons hotel. De California Pizza Kitchen is een succes; er zijn gewone pizza's, en veel pastagerechten hebben oosterse trekjes. Ik neem een Thais gerecht met garnalen, smaakt voortreffelijk. Vanuit het Center kunnen we ook de Hollywood Sign zien, wordt natuurlijk meteen op de foto gezet. Na het eten lopen we nog wat rond totdat we besluiten dat we maar een terug moeten, morgen wordt het een drukke dag want dan gaan we naar Universal Studios.


Zondag 6 augustus


In onze kamer ligt een geweldige map met info, maar ontbijtadressen ontbreken daarin. We lopen daarom 's morgens langs de balie en krijgen daar een plattegrondje met alle ontbijtmogelijkheden op loopafstand. Heerlijk om de auto eens een tijdje te kunnen laten staan. We lopen naar Mel's Drive-in. Dit blijkt een echte Amerikaanse diner, jaren 50-stijl, met bij iedere tafel een mini-jukebox. Verrassend hoeveel nummers daarin ook bij de kinderen bekend zijn; er wordt toch aardig wat opnieuw uitgebracht. Het eten en de bediening zijn voortreffelijk.

Na het ontbijt duiken we de metro in. Kaartjes kosten 1,25 per persoon. Het is maar 1 halte naar Universal City. Daar blijkt een shuttlebus te rijden naar de Studio's. Dat scheelt, want het was nog een redelijke klim. Kaarten – met Front of Line passen -hebben we al via internet besteld. We kunnen de rij bij de kassa daarom overslaan. In het park moeten we de Front of Line-passen ophalen. Hiermee krijgen we bij alle rondleidingen en shows voorrang. Dat scheelt behoorlijk want in de loop van de dag zijn we de wachttijden bij sommige attracties opgelopen tot 50 minuten. We krijgen vaak ook de beste plaatsen; zo zitten we bij WaterWorld helemaal bovenin, wat ons een nat pak bespaart. Het is een drukke dag met als hoogtepunten de Studiotour en de Special Effects.

Img_1558 Img_1576 Img_1584_1 Img_1592 Img_1624 Img_1633

Nadeel is dat alle eetgelegenheden erg vol zijn; de rijen zijn lang – helaas geldt hier de Front of Line pas niet – en de tafeltjes bijzonder schaars.


Maandag 7 augustus 2006


Vanochtend weer bij Mel's ontbeten, was goed bevallen gisteren en lekker dichtbij. We krijgen een bon voor 10% korting mee voor de volgende keer als blijkt dat we hier al eerder waren.

Img_1642_1

Daarna pakken we de auto en rijden naar Warner Bros waar we om half elf een VIP-tour hebben gereserveerd. We moeten er een half uur van te voren zijn maar we zijn er natuurlijk al veel eerder. Niet erg, want we hebben nu de tijd om uitgebreid alle hebbedingetjes in de winkel te bekijken. Er zijn T-shirts, mokken, petjes, etc van Friends, ER en de Gilmore Girls. Vooral Friends is populair bij de meiden.
Om half elf begint de tour met een korte film met daarin fragmenten van films en tv-series die door WB zijn geproduceerd. Vooral de missers van Friends doen het goed bij Judith en Marijke. Daarna gaan we met een groep van 12 in een open busje langs de studio's. We mogen regelmatig uit het busje om foto's te maken en door de nagemaakte straten van New York te lopen. De meeste huizen houden op achter de gevel maar bij sommige is er ook een interieur gemaakt. Onze gids Tony weet van elk huis te vertellen welke films en tv-series er opgenomen zijn. Het is onvoorstelbaar hoe vaak een en hetzelfde huis, en zelfs dezelfde straat gebruikt wordt zonder dat het opvalt. Er is een museum waar we 20 minuten mogen rondkijken. De benedenverdieping bevat veel kleren die in diverse producties zijn gebruikt, maar ook de tafel van Friends, de koelkast etc. De tweede verdieping bevat alleen maar Harry Potter-rekwisieten. Daarna rijden we weer verder.

Img_1644 Img_1658 Img_1663 Img_1665

Omdat er zo hier en daar gefilmd wordt moet Tony de route regelmatig aanpassen. Zo kunnen we bv niet Stars Hollow uit de Gilmore Girls bekijken omdat ze bezig zijn met filmen. Wel kunnen we huis van Lorelai (de voorkant, de achterkant blijkt het huis van Sookie te zijn) bekijken. Ook worden er opnames gemaakt voor Ocean' s 13. Hoogtepunt is het bezoek aan de hal waar het café uit Friends in zijn geheel is opgeslagen. We mogen op de beroemde bank zitten terwijl Tony van iedereen een foto maakt. Ongelofelijk hoe klein het café in werkelijkheid is.

Img_1669_1 Img_1673_1

Daarna bezoeken we een hal waar diverse auto's staan opgesteld, zoals die van Harry Potter en de General Lee uit de Dukes of Hazzards, en waar Tony van iedereen weer een foto maakt tegen een groene achtergrond. De auto wordt boven ons hoofd geprojecteerd. We krijgen de foto gratis mee. Dan bezoeken we een productiehal van de Gilmore Girls met een stukje Yale, de redactiekamer van de krant en de kamer van Logan.

Na WB gaan we terug naar het hotel. Onderweg slaan we nog even wat eten in voor morgen, dan hebben we weer een lange rit op het programma staan. 's Middags nog even shoppen. Om 6 uur blijkt Andy Garcia op te treden in de platenzaak vlak achter ons hotel. Het duurt tot 6.30 voor hij inderdaad op het podium verschijnt.

Img_1683_1

Wij hebben ondertussen al de nodige CD's uitgezocht; we hebben te weinig meegenomen voor in de auto en zijn wel toe aan wat nieuws. Dan kopen we bij de Gap nog een spijkerbroek voor Judith en een shirt voor Marijke en is het al weer de hoogste tijd om te gaan eten. We hebben geen zin om te lopen zoeken en we besluiten weer naar de California Pizza Kitchen te gaan.


Dinsdag 8 augustus 2006

Overnachting: Luxor, Las Vegas

Kosten:

Gereden afstand:


La_to_lv_1

Vandaag hebben we zin om lekker aan onze eigen tafel te ontbijten. Jammer voor Mel en jammer van de kortingsbon maar ook wel eens lekker zo. Als we alles opgeruimd en ingepakt hebben gaan we op weg naar Las Vegas. We rijden om door Beverly Hills om te genieten van de enorme huizen (voorzover je die kunt zien). We genieten van de bordjes met "delivery entrance" en …entrance.
Daarna via de I15 naar het noordoosten. Het wordt al snel kaal en droog. Tot onze verbazing komen we wel veel bouwprojecten tegen; wonen in de woestijn wordt op grote schaal gepromoot. Wat vreselijk om daar achter een muur in die hitte te wonen!
Even voorbij Barstow ligt het spookstadje Calico. Lijkt ons voor de kinderen wel leuk als tussenstop. Helaas, was geen goed idee. Het blijkt bloedheet te zijn, we moeten een forse entree betalen (18 dollar totaal) en het plaatsje is ontzettend vercommercialiseerd. In elk (namaak) oud gebouw zit wel een winkel.

Img_1708_1 Img_1718_1 Img_1716_1

We lopen er doorheen en zoeken dan weer snel de auto op. Eigenlijk had ik nog wel de mijn willen bekijken maar die kunnen we niet zo snel vinden en de rest van de familie wil maar één ding: verder rijden!
Het stuk na Barstow is ook erg droog en kaal, maar wordt niet zo ontsierd door rommelige bouwwerken en nieuwbouwprojecten.

Img_1723
Tegen een uur of 4 komen we in Las Vegas aan. Voor het eerst logeren we in Luxor. We parkeren zelf, eigenlijk niet handig want we moeten nu met onze bagage het hele hotel doorlopen (voordeel van Circus Circus: daar zit de registratie aan de achterkant). We hebben een kamer in het piramide-deel., op de vierde verdieping. We zitten op de vierde en moeten met een gewone lift naar boven. Als je hoger zit heb je een schuine lift ( die hebben we wel even uitgeprobeerd, raar gevoel). Als we de spullen op onze kamer hebben gezet besluiten we eerst te gaan zwemmen. Het zwembad is prachtig. Er zijn meerdere baden. Een deel is afgesloten, maar het is gelukkig niet heel erg druk. 's Avonds eten we bij het buffet in het hotel. We hadden bedacht om naar het Pyramid Cafe te gaan maar dit blijkt gesloten te zijn. Het buffet bevalt ons gelukkig erg goed.
Tip voor buffetten: kijk altijd van te voren wat er allemaal is – dit staat meestal bij de ingang wel aangegeven. Je kunt dan iets gerichter je bord volscheppen. Het is mij al een paar keer overkomen dat ik sommige lekkernijen helemaal over het hoofd zag.

Img_1729 Img_1730 Img_1733
Na het eten gaan we met de gratis tram naar Excalibur. Hier kijken we wat rond en de kinderen mogen wat spelletjes doen in de Arcade. Populair zijn de attracties zoals de renbaan, waar met een bal door een gat moet gooien. Afhankelijk van het aantal punten dat je hiermee scoort gaat er een paard een of meerdere plaatsen vooruit (of niets natuurlijk, als je naast een gat gooit). Gelukkig winnen we niets want de prijzen zijn allemaal vreselijk.


Woensdag 9 augustus 2006


We slapen lekker uit en ontbijten dan bij het Pharaoh's Pheast Buffet. Daarna duiken we de hitte in. We willen graag naar een show en besluiten eens rond te kijken bij de verkooppunten waar kaartjes tegen de halve prijs worden aangeboden. Maar eerst langs MGM waar David Copperfield optreedt. Deze blijkt helaas al uitverkocht. Het is warm, we lopen zoveel mogelijk in de schaduw of door de hotels. Toch vallen de afstanden niet mee als het zo heet is. We lopen een kantoortje binnen met aanbiedingen. Er is echter geen voorstelling die ons aanspreekt, of het is ondanks de korting nog te duur. We hadden op het AA-forum over Mac King gelezen en besluiten dan om het bij Harrah's te proberen, waar hj optreedt. Vlak voor Harrah's krijgen we een kaartje in handen geduwd: het blijkt een coupon voor een optreden van Mac King. Een kaartje – drankje inbegrepen – voor de prijs van 9,95 per persoon, geldig voor twee personen. We lopen nog maar eens langs die dame voor een tweede coupon. Er zijn twee voorstellingen, om 13.00 en 15.00. Die van 13.00 halen we net niet meer, dus lopen we nog wat verder en kijken wat rond in het Venezian. Om kwart over twee staan we bij Harrah's. Hier kunnen we de coupons tegen betaling inwisselen voor 4 kaartjes. We krijgen een plaats toegewezen en halen op vertoon van het kaartje een drankje bij de bar. We hebben weinig ervaring met het barleven merken we wel, want we kijken onze ogen uit als we zien hoe de barman de cola en sprite voor de kinderen inschenkt: dit gaat met een soort tuinslang waar verschillende knoppen opzitten. Elke knop staat voor een andere frisdrank. De barman hanteert beide knoppen door elkaar om de glazen aldoor iets bij te vullen als het schuim weggetrokken is.
Het optreden van Mac King is een combinatie van goochelwerk en cabaret. Het is voor de kinderen ook goed te volgen, ook al verdenk ik ze er van dat ze niet alle grappen begrepen hebben. We genieten bijna anderhalf uur lang. Een echte aanrader, deze show!
Na de voorstelling op verzoek van de kinderen naar de Mall tegenover Treaure Island. Eigenlijk hebben Martin en ik het wel een beetje gehad nu, maar we hebben het beloofd … We gaan meteen op zoek naar de Gap. Ik had in LA al opgezocht of er ook een Gap in LV was; de winkel in LA was ons namelijk heel goed bevallen maar we hadden toen te weinig tijd om er uitgebreid te winkelen. Nu, dat maken alle drie de dames nu wel goed! Uit verveling gaat Martin ook tussen de broeken snuffelen maar echt enthousiast wordt hij er niet van. Er worden weer flink wat shirts en spijkerbroeken ingeslagen. Na meer dan een uur roepen we de kinderen een halt toe: we moeten het ook nog allemaal mee kunnen nemen. Help, gaat dat nog wel lukken? We kijken nog snel even bij wat andere winkels maar inmiddels vallen we bijna om van de honger. Op naar Treasure Island waar we bij Kahunaville gaan eten. We zijn hier al twee keer eerder geweest en dat was beide keren erg geslaagd. De menukaart is veranderd maar we eten uitstekend.
Na het eten lopen we terug naar Luxor – een forse wandeling! Onderweg bekijken we de fonteinen bij Bellagio, begeleid door een bijzonder patriottisch lied: Proud to be an American. Maar is het erg mooi om te zien. Bij de Mirage zien we nog de vulkaanuitbarsting. Ook nog even naar Excalibur voor de spelletjes. Nu winnen we een beest, heel fijn.

Img_1735 Img_1739 Img_1740 Img_1767


Donderdag 10 augustus 2006

Overnachting: Furnace Creek Ranch, Death Valley

Kosten:

Gereden afstand:


Lv_to_dv_1

Het was in Las Vegas al erg heet (104 F) maar nu gaan we nog meer hitte opzoeken, naar Death Valley! Het is niet zo ver rijden dus we doen het rustig aan. We nemen weer het buffet bij Luxor en als we alles ingepakt hebben rijden we op verzoek van Marijke langs Circus Circus. Hier is het Adventure Dome Theme Park, een overdekt park met vele attracties.

Img_1774

De kinderen maken een ritje in de Rim Runner en komen er kletsnat weer uit. In het hotel staan ook internetzuilen. We gaan snel even onze mail checken (voor 25 cent per minuut). We lezen ook over de geplande aanslagen op vliegtuigen vanuit London. Daar word je niet vrolijk van. Het is nog niet duidelijk wat het voor onze vlucht gaat betekenen, we besluiten om maar vroeg op het vliegveld aanwezig te zijn. We slenteren nog wat rond en gaan dan op weg naar Death Valley. We rijden via de Red Rock Canyon Scenic Drive. Red Rock Canyon is een National Conservation Area. Onze NP pas is hier niet geldig; we betalen 5 dollar toegang. De route is prachtig; rode rotsen in allerlei vormen. Er groeien veel Joshua Trees hier, en natuurlijk de bekende lage struikjes die je hier bijna overal tegenkomt. We stoppen regelmatig om foto's te maken.

Img_1783_1 Img_1785_1 Img_1787 Img_1793_1

Aan het eind van de route stopt de auto voor ons: er blijken ezels aan de kant van de weg te lopen. Deze burro's zijn afstammelingen van ezels die hier door de Spanjaarden zijn geïntroduceerd. Nu zijn ze verwilderd.

Img_1799_1 Img_1801

We vervolgen onze weg via Pahrump en Shoshone. Pahrump lijkt uit alleen reclameborden en de nodige fastfoodketens te bestaan (waar we even een snelle lunch naar binnen werken), en zowaar wat rijtjeshuizen – vreemd met al die ruimte die hier is. Van sommige plaatsen ben je verbaasd dat ze op de kaart staan, zo ook Shoshone: het aantal inwoners is ongeveer 50. Wel is er een café dat met internet adverteert, een hotel, RV park en restaurant.

Img_1805

De weg is erg rustig en wordt steeds stiller. Tussen Shoshone en Badwater komen we slechts 6 auto's tegen. De omgeving is als in Death Valley, heuvels in mooie vormen en kleuren. In Death Valley komen we langs Badwater, met 86 meter onder de zeespiegel het laagste punt in de VS.

Img_1820 Badwater_2 Img_1829 Img_1843 Img_1845

We nemen hier wat foto's en rijden dan door naar Furnace Creek waar we een kamer hebben gereserveerd. Het is inmiddels al 7 uur en we hebben wel trek gekregen. We eten bij het Steakhouse restaurant. Hier doen ze niet moeilijk over patat met groente voor Marijke. Prima restaurant, met heerlijke cheesecake waar Martin en ik verslaafd aan zijn geraakt. Op de rekening is al 15% fooi meegenomen. Help, moeten we nu nog wat extra's geven? Wat blijft die tip toch een lastig iets!
Het zwembad waar we ons zo op verheugd hadden blijkt door lekkage niet geopend. Gelukkig kunnen we bij de Inn zwemmen. We rijden tegen tienen in het donker naar het zwembad. Daar staan een paar auto's geparkeerd, er zijn meer mensen die nog even een duik willen nemen. Heerlijk om in het warme water te dobberen. Het is nog steeds ruim 40 graden maar het lijkt opeens koud als je boven water komt.


Vrijdag 11 augustus 2006

Overnachting: Motel 6, Mammoth Lakes

Kosten:

Gereden afstand:


 

Dv_to_ml_1

We ontbijten bij het Wrangler buffet. Als we ingepakt hebben rijden we nog even langs het Visitor Center. Gisteren hebben we de Artist Drive gemist, en hoewel we vandaag de andere kant op moeten rijden wil ik toch even weten hoeveel tijd het gaat kosten om de Drive toch nog even mee te nemen. De ranger schat dat het een half uur zal kosten. Gaan we naar Yosemite, vraagt de ranger? Prachtige route. Ik vraag of hij de Alabama Hills kent. Do you know about the Alabama Hills? vraagt hij verbaasd. In Lone Pine moeten we bij het eerste stoplicht linksaf, dan rijden er we zo naar toe.
De afstand naar Artist Drive valt mee, en we besluiten om toch nog even naar het zuiden te rijden. Vlak voor de afslag gaan we weer twijfelen: zullen we ook Devils Golfcourse bekijken nu we er toch zo dicht bij zijn? De kinderen hebben er geen zin in: die staan op de in-een-keer-doorrijden-stand. Maar we doen het toch, echt iets om later spijt van te krijgen als we het niet doen. Er loopt een onverharde weg naar toe, washboard-type.  We worden lekker door elkaar geschud. Devils Golfcourse is een vlakte met de meest grillige vormen, inderdaad geen plek om een balletje te slaan. We maken wat foto's en rijden weer terug.

Img_1865 Img_1866
Artist Drive ligt een paar mijl naar het noorden. Het is een parallelweg van de weg die van Badwater naar Furnace Creek loopt. Het is een schitterende weg door de pastelkleurige rotsen. De weg is smal en kronkelt behoorlijk. Gelukkig is het one way.

Img_1875 Img_1878 Img_1886 Artists_palette_2

Dan rijden we door naar Lone Pine. Toch nog even tanken bij Furnace Creek, ondanks de prijs (3,75 per gallon). De weg voert langs de Sand dunes en Stovepipe Wells. Daarna klimmen we behoorlijk, er wordt aangeraden om de airco uit te zetten. Wij besluiten hem aan te houden en de temperatuur goed in te gaten te houden.

Img_1897 Img_1899 Img_1904
Voor Lone Pine zien we opeens de Sierra Nevada opdoemen in het westen. In Lone Pine drinken we iets bij de MacDonald's en rijden dan richting de Alabama Hills. Deze heuvels hebben in veel westerns als decor gediend, zoals in How the West was won. Er is een onverharde zijweg, de Movie Road, die langs de mooiste plekken voert. (Bij het Visitor Center van Lone Pine is een kaart te krijgen met een toelichting erop zodat je na kunt gaan welke film waar opgenomen is.)

Img_1906 Img_1911 Img_1912 Img_1920 Img_1918 Img_1914 

Naar het noorden langs de 395 wordt de omgeving steeds groener. Links ligt de Sierra Nevada, met – inderdaad – sneeuw op de schaduwplekken. Rechts liggen groenbruine heuvels. We rijden door tot aan Mammoth Lakes waar we een kamer in de motel 6 hebben gereserveerd. Het is al een uur of 6 als we hier aankomen. We eten bij Perry's Italian restaurant dat er tegenover ligt. De kinderen gaan eerder terug, ze hebben gezien dat er om 8 uur een uitzending van Friends is. Wij nemen nog een stuk cheesecake en lopen langs een naastgelegen outlet waar Martin voor 6 dollar nog een leuk T-shirt koopt.


Zaterdag 12 augustus 2006

Overnachting: Housekeeping Camp, Yosemite Valley

Kosten:

Gereden afstand:


Ml_to_yv_1

We zijn niet erg vroeg en als we naar Perry lopen voor het ontbijt staan er twee groepen van 8 personen te wachten op een tafeltje en loopt een overspannen serveerster in haar eentje iedereen te bedienen. Opruimen doet ze niet aan. We kunnen gelukkig gaan zitten aan een gedekte tafel en uiteindelijk valt het nog mee met de wachttijd. Toch is het laat als we uiteindelijk naar Yosemite vertrekken. De drukte bij de ingang valt nog mee, ook al is het zaterdag vandaag. We hebben een paar wandelingen uitgezocht in de buurt van de Tioga Pass en Tuolumne Meadows. Helaas blijkt als we het parkeerterrein van de wandeling naar Dog Lake en Lembert Dome oprijden dat het toch wel druk is; we kunnen de auto niet kwijt. De weg voorbij de parkeerplaats staat ook vol. We rijden nog even verder en dan blijkt er nog een parkeerplaats te zijn die bij de Stables hoort. Hier vinden we nog net een plaatsje. We lopen terug richting de eerste parkeerplaats, maar zien ook vanaf de Stables een bordje naar Dog Lake staan. Dit is een ruiterpad. Later komt het pad samen met het andere pad dat vanaf de trailhead vertrekt. Het is een behoorlijk zwaar pad, we hebben ook last van de hoogte, dus het is hijgen en puffen, ook al is het maar 1,5 mijl naar Dog Lake. Het pad loopt helemaal door het bos en is op zich niet interessant. Dog Lake zelf is een prachtig meer en veel rustiger dan we gedacht hadden. Misschien lopen de meeste mensen naar Lembert Dome, nog een 0,5 mijl verder, en hoger. We relaxen bij het meer en Marijke waagt zich er in. De temperatuur van het water valt mee, er wordt door meer mensen gezwommen. 

Img_1930 Img_1934 Img_1932
We ontdekken later dat het pad vanaf de officiële trailhead korter en mooier is, jammer dat we daar niet konden parkeren. Na Dog Lake parkeren we de auto vlak bij het Tuolumne Visitor Center. Hiervan loopt er een pad naar Soda Springs en Glen Aulin. Eigenlijk wilden we graag een stuk richting Glen Aulin lopen, langs de Tuolumne River – dezelfde rivier van het Hetch Hetchy reservoir. Het wordt echter al wat later en we moeten nog wel een eindje rijden voordat we bij Housekeeping Camp zijn. Dus gaan we niet verder dan Soda Springs. Dit is een wandeling van maar 0,5 mijl, en zeer de moeite waard! We hebben een prachtig uitzicht op Lembert Dome en de rotsen in het zuiden en westen. Met de meadow en de kronkelende rivier er voor levert dit mooie plaatjes op. De Soda Spring zelf is niet heel bijzonder, er pruttelt een beetje water uit de grond, dat wat rood verkleurd is.

Img_1963 Img_1968 Img_1973_1 Img_1986_1 Img_1982 Img_1984_1 Img_1986_2

Dan rijden we door naar de vallei. Onderweg zien we steeds hetzelfde plaatje: bij elke trailhead veel auto's langs de kant van de weg. Bij Olmsted Point is het ook te vol om te parkeren, er wordt ook gewerkt, zodat het aantal parkeerplaatsen beperkt is. Jammer, ik had graag nog even het uitzicht willen bewonderen.
Om een uur of 6 zijn we bij onze tent in Housekeeping Camp. Het is geen echte tent maar een constructie met 3 betonnen wanden en een canvas voorflap. Iedere tent heeft een eigen omheind buitenplaatsje met picknicktafel en een hoge plank om aan te koken. Aan de buitenkant staat een berenbox en een vuurring. Binnen staat een tweepersoonsbed en een stapelbed. Er zijn ook losse bedden te huur; in totaal biedt het ruimte aan 6 personen. We kopen wat sla, eieren, spaghetti, kaas, yoghurt en soep en genieten dan van een vegetarische spaghetti a la carbonara. Lekker om weer eens zelf iets te maken.

Img_1990_1 Img_2139_1


Zondag 13 augustus 2006


Net de eieren voor het ontbijt opgezet en dan is de gasfles leeg. Toch maar een nieuwe gekocht, we zullen hier nog wel eens ontbijten. Na het ontbijt lopen we naar Curry Village want de kinderen willen graag nog een keer raften. Martin heeft geen zin meer en omdat er wel een volwassene mee moet, mag ik als passagier ook mee. Martin huurt een fiets. Er staat nog steeds voldoende water maar het waait hard, uit de verkeerde hoek, en we hebben er soms moeite mee om vooruit te komen. Martin fietst een rondje en komt zo nu en dan bij een brug even opduiken.
Als we terug zijn eten we een hapje en dan gaan wij ook een fiets uitzoeken. Eerst naar de stallen want Marijke wil graag paardrijden. Helaas blijkt alles t/m woensdag al vol te zitten. We fietsen kris kras  door de vallei, zien 3 herten van dichtbij (geen fototoestel bij ons) en drinken nog wat bij Degnan's. We ontdekken hier internetzuilen, er staan er 5. Nu even niet internetten, zonde van de fietshuur, maar handig om te weten voor een andere keer. Als alternatief voor het paardrijden heeft Marijke een art class bedacht. In Yosemite Today staat een overzicht van activiteiten. Helaas, geen art class deze week. Het zit niet mee.
Op verzoek van de kinderen eten we bij de Lodge. Marijke gaat voor de pizza, Martin voor een "entree" (wat een raar woord toch, voor hoofdgerecht) en Judith en ik nemen een pastagerecht. 's Avonds gaan we, gewapend met een zaklantaarn, weer op berenjacht. We lopen weer vanaf Curry Village naar de camping, over de boardwalk. De kinderen schijnen naar links en rechts. Opeens komen er van links 3 herten aanrennen. Ze lijken opgejaagd, in paniek. Ik sommeer iedereen direct terug, een hert is een gevaarlijk dier als het zich bedreigd voelt. Er komen zelfs meer dodelijke ongelukken voor met herten dan met beren. Geen beer dus deze keer. Vroeg naar bed, want morgenochtend willen de kinderen vroeg op om opnieuw hun geluk te proberen.


Maandag 14 augustus 2006


Ik ben om 5.45 wakker. Tegen 6 uur wek ik de rest. Ze staan allemaal vlot naast hun bed en zijn snel aangekleed. Martin gaat mee, ik draai me nog eens lekker om. Pas na 1,5 uur zijn ze terug van hun ochtendwandeling. Helaas, weer geen wild gezien, en al helemaal geen beer. Wel verse uitwerpselen, ze komen inderdaad 's nachts in de buurt van de campings.
Na het ontbijt vertrekken we met de auto naar Glacier Point. Martin en ik willen Sentinel Dome beklimmen. Het pad begint een paar km voor Glacier Point. Het parkeerterrein is al vol. Niet erg, we rijden eerst door naar Glacier Point. De kinderen willen niet mee wandelen en we zetten hun daarom af bij Glacier Point met wat geld voor een drankje en een hapje. Ze hebben allebei een schetsboek cadeau gekregen dus ze kunnen zich wel even vermaken. Wij rijden weer terug en nu is niet alleen het parkeerterrein vol maar ook een groot deel van de kant van de weg. Het lukt nog net de auto ergens neer te zetten zonder dat het verkeer er last van heeft en zonder dat hij aan de andere kant van de helling af dondert. De wandeling gaat in eerste instantie door een bos, het pad stijgt licht. Toch valt  het lopen, waarschijnlijk door de grote hoogte, niet mee. Verderop staan minder bomen en als we aan de achterkant beland zijn is er alleen nog maar kale rots. Vlak voor we hier zijn zien we een pad naar Glacier Point. Blijkbaar kun je ook daarvandaan naar Sentinel Dome lopen. Laten ontdekken we dat dit de Ponomo trail is.

  Img_2081 Img_2057
Eenmaal boven op de Dome is het uitzicht overdonderend. We hebben een uitzicht van 360 graden. Veel herkenbare toppen. Helemaal bovenop liggen de restanten van de beroemde boom die hier weer en wind trotseerde maar uiteindelijk toch het loodje legde.

Img_2068_1 Img_2060 Img_2062

Als we terug zijn bij de auto moeten we nog een heel stuk terug rijden omdat er geen gelegenheid is om te keren. Het duurt een tijd voor we een geschikte plek hebben gevonden en dan rijden we terug naar Glacier Point. De kinderen hebben allebei al de nodige squirrels getekend en zijn nu bezig met Half Dome.

Img_2085 Img_2087 Img_2090

We drinken en eten er wat – veel keuze is er helaas niet. Dan rijden we terug naar HKC. We roosteren marsmallows boven ons gaspitje want dat moet leeg. Eten bij CV en dan nog even kaarten en naar bed.


Dinsdag 15 augustus 2006

Overnachting: BW El Rancho Inn, Millbrae

Kosten:

Gereden afstand:


Yv_to_sf_1

Onze laatste vakantiedag! We hebben geen van allen zin om naar huis te gaan, en dat na ruim 4 weken! We kunnen het rustig aan doen want het is niet erg ver rijden naar San Francisco. We gaan niet meer de stad in, ons motel ligt dicht bij het vliegveld. Voor de laatste keer het ontbijtbuffet bij Curry Village. Nog even wat laatste foto's en dan rijden we via de 120 het park uit.

Img_2138 Img_2130 Img_2134

Voor een groot deel rijden we de route die we enkele weken eerder vanuit Sonora richting Yosemite hebben gereden. Het alternatief, Hwy 140, is nog steeds afgesloten.
Halverwege, in Oakdale, pauzeren we even. Het is hier druk op de weg en dat blijft zo tot aan San Francisco. In totaal zijn we ruim 4 uur onderweg. Op de brug over de bay zitten we toevallig op de carpool lane; hier blijk je geen tol te hoeven betalen.
We logeren in BW El Rancho Inn. Dit is ons favoriete motel sinds Martin en ik daar in 1988 voor het eerst terecht kwamen. Het ligt dicht bij het vliegveld en de Safeway een blok verderop is 24 uur per dag open; erg handig voor de eerste of laatste inkopen. Voor een bezoek aan SF heb je wel de auto of de BART nodig, maar deze keer gaan we niet meer naar SF. We beginnen meteen met het uitmesten van de auto. Het lijkt of we veel meer hebben dan op de heenreis. Dat klopt ook wel, we hebben de nodige kleren aangeschaft, en natuurlijk ook nog wat knuffels gewonnen. Toch lukt het de volgende dag om alles in de koffers en tassen kwijt te raken. Alle vloeistoffen, tandpasta's en gel gaan uit de handbagage. We eten bij de Terrace Grill bij het motel en gaan vroeg naar bed.


Woensdag 16 augustus 2006


Laat ontbeten, maar we hoeven vandaag ook niets meer te doen behalve ervoor zorgen dat we op tijd vertrekken. Ons vliegtuig vertrekt om 15.20. We nemen ons voor om ruim 3 uur van te voren op het vliegveld aanwezig te zijn in verband met extra controles. Het wegbrengen van de auto gaat simpel. Bij het vliegveld staan bordjes met Return Cars. Herz is zo gevonden en dan is het een kwestie van auto parkeren en leeghalen (cd's niet vergeten!). Er wordt gecontroleerd of we betaald hebben en dan kunnen we met het treintje naar de terminal. Hier staat al een rij voor de KLM-balie, maar de balies zijn nog niet open. Uiteindelijk komt er toch wat beweging achter de balies. Onze koelbox kan met de gewone bagage mee. Bij de controle voor de handbagage wordt de koffer van Marijke en die van ons uitgebreid gecontroleerd. Marijke blijkt nog een (leeg) flesje Prikweg in een broekzak te hebben zitten. Met een doekje wordt de binnenkant van de koffers gecontroleerd. Ook moet iedereen z'n schoenen uitdoen. Het gaat echter allemaal heel snel en we zoeken een plekje vlak bij de gate waar we rustig nog wat koffie drinken. Laatste cheesecake, nog wat winkelen om het laatste kleingeld kwijt te raken en dan naar de gate. Hier moeten we nog ons paspoort in een zuil stoppen en onze vingerafdrukken en oogscan laten controleren.
    
Precies op tijd vertrekken we. Het toestel is een teleurstelling, geen eigen schermpje, laat staan spelletjes. Marijke slaapt veel en ook de rest van de familie slaapt een paar uurtjes. Om 10 uur zijn we op Schiphol en zit het er echt weer op.

6 June 2007
By on 17:42